Ongeveer 75% van de mensen met een verzamelstoornis heeft een comorbide stemmings- of angststoornis. De comorbide aandoeningen die het meest voorkomen zijn de depressieve stoornis (30–50%), de sociale-angststoornis en de gegeneraliseerde-angststoornis. Ongeveer 20% van de mensen met een verzamelstoornis vertoont daarnaast verschijnselen die voldoen aan de criteria voor OCS. Deze comorbiditeiten vormen vaak de voornaamste reden om hulp te zoeken, aangezien betrokkenen zelden uit zichzelf melden dat zij verzamelproblemen hebben en er tijdens een routineanamnese vaak niet naar wordt gevraagd.