Er zijn in de Verenigde Staten geen nationale gegevens beschikbaar over de prevalentie van de verzamelstoornis. Volgens schattingen van plaatselijke onderzoeken ligt de puntprevalentie van een klinisch significante mate van verzamelen in de Verenigde Staten en Europa tussen 1,5 en 6%. In een meta-analyse van twaalf onderzoeken in hoge-inkomenslanden werd een prevalentie van 2,5% gevonden, waarbij er geen genderverschillen werden vastgesteld. Dit staat in contrast met de steekproeven van psychiatrische patiënten, die voornamelijk uit vrouwen bestaan. In een Nederlands onderzoek onder de algemene bevolking bleken de verzamelsymptomen zich bijna drie keer zo vaak voor te doen bij oudere volwassenen (ouder dan 65 jaar) dan bij jongere volwassenen (30–40 jaar).