Andere kenmerken die vaak bij een ver­za­mel­stoor­nis voorkomen zijn be­slui­te­loos­heid, perfectionisme, ver­mij­dings­ge­drag, uitstelgedrag, moeite met plannen en organiseren van taken, en een verhoogde afleidbaarheid. Sommige mensen met een ver­za­mel­stoor­nis wonen in onhygiënische omstandigheden, wat een logisch gevolg kan zijn van de overvolle ruimtes en/of de moeite die zij ervaren met plannen en organiseren. De dier­ver­za­mel­stoor­nis kan worden gedefinieerd als het verzamelen van grote aantallen dieren, waarbij wordt nagelaten om hun een minimale standaard van voeding, verschoning en/of veterinaire zorg te bieden, evenals om op te treden wanneer de toestand van de dieren verslechtert (zoals bij ziekte, verhongering of dood) en als de leefomgeving achteruitgaat (ernstige overbevolking en zeer onhygiënische omstandigheden). Bij de dier­ver­za­mel­stoor­nis kan het gaan om een bijzondere uiting van de ver­za­mel­stoor­nis. Veel mensen die dieren verzamelen, verzamelen ook levenloze voorwerpen. De opvallendste verschillen tussen het verzamelen van dieren en voorwerpen zijn de mate van de onhygiënische omstandigheden en het geringere ziektebesef bij het verzamelen van dieren.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.