Obsessieve-compulsieve en verwante stoornis door een somatische aandoening
Heeft als vereiste de aanwezigheid van een etiologische somatische aandoening (bijvoorbeeld traumatisch hersenletsel, resectie om insulten onder controle te krijgen, cerebrovasculaire ziekte). De classificatie verzamelstoornis wordt niet toegekend als het verzamelgedrag het gevolg is van de directe fysiologische effecten van een somatische aandoening.
Uitgebreide neurocognitieve stoornis door een neurodegeneratieve aandoening, zoals frontotemporale degeneratie of de ziekte van Alzheimer
Kent een geleidelijk begin van het verzamelgedrag dat het beloop volgt van de neurocognitieve stoornis, en gepaard kan gaan met zelfverwaarlozing en een ernstig vervuilde woning, met daarnaast ook andere neuropsychiatrische symptomen. De classificatie verzamelstoornis wordt niet toegekend als het verzamelen van voorwerpen wordt beschouwd als een direct gevolg van een degeneratieve hersenaandoening.
Autismespectrumstoornis
Heeft als mogelijk kenmerk het excessief opsparen van spullen in samenhang met gefixeerde interesses die abnormaal intens zijn (bijvoorbeeld het sparen van omslagen van luciferdoosjes); in dat geval wordt de classificatie verzamelstoornis niet toegekend.
Obsessieve-compulsieve stoornis
Heeft als kenmerk repetitieve handelingen waartoe de betrokkene zich gedwongen voelt, in reactie op een obsessie of volgens regels die rigide moeten worden toegepast; deze gedragingen worden door de betrokkene over het algemeen ervaren als egodystoon. Dit staat tegenover het egosyntone verzamelen van spullen bij de verzamelstoornis. Als het verzamelen van spullen optreedt als een direct gevolg van de obsessieve-compulsieve stoornis (bijvoorbeeld dingen niet wegdoen om eindeloze controlerituelen te voorkomen) wordt de classificatie verzamelstoornis niet toegekend. Als een ernstige mate van verzamelen daarentegen gelijktijdig optreedt met andere symptomen die kenmerkend zijn voor OCS maar niettemin als losstaand van die symptomen worden gezien, kunnen de classificaties verzamelstoornis en obsessieve-compulsieve stoornis beide worden toegekend.
Psychotische stoornis (bijvoorbeeld schizofrenie)
Heeft als mogelijk kenmerk het verzamelen van spullen als gevolg van een waandenkbeeld (bijvoorbeeld het opsparen van stukjes aluminiumfolie uit het afval om zichzelf te beschermen tegen straling) of een imperatieve hallucinatie; de classificatie verzamelstoornis wordt in dat geval niet toegekend.
Depressieve episode
Heeft als mogelijk kenmerk een rommelige omgeving die het directe gevolg is van depressieve symptomen zoals vermoeidheid, passiviteit en psychomotorische vertraging; in dat geval wordt de classificatie verzamelstoornis niet toegekend.
Normaal verzamelgedrag
Is georganiseerd en systematisch, al is in sommige gevallen de hoeveelheid bezittingen wel vergelijkbaar met die van iemand met een verzamelstoornis. Bovendien veroorzaakt het verzamelen hier geen rommel, lijdensdruk of beperkingen, zoals wel het geval is bij de verzamelstoornis.