De cognitieve kenmerken zijn: sterke focus op lichamelijke klachten, normale lichamelijke sensaties toeschrijven aan lichamelijke ziekte (soms geïnterpreteerd als catastrofaal), bezorgdheid over ziekte, een zelfbeeld van lichamelijk zwak zijn en intolerantie voor lichamelijke klachten. Behalve angst over de gezondheid kunnen er emotionele kenmerken zijn, zoals negatieve affectiviteit, wanhoop en demoralisering, die verband houden met de somatische symptomen. De relevante gedragskenmerken kunnen bestaan uit geregeld het lichaam controleren op afwijkingen, herhaaldelijk hulp en geruststelling zoeken bij artsen, en fysieke activiteit vermijden. Deze gedragskenmerken zijn het meest uitgesproken bij de ernstige, persisterende vorm van de somatisch-symptoomstoornis. Deze kenmerken gaan vaak gepaard met frequent medische hulp vragen voor verschillende lichamelijke klachten. Dit kan leiden tot consulten waarin mensen zo bezig zijn met hun bezorgdheid over hun lichamelijke klacht(en) dat het niet lukt hen bij te sturen en over iets anders te praten. Geruststelling door de arts dat de klachten niet wijzen op een ernstige lichamelijke ziekte, blijft niet lang hangen en/of wordt door patiënten ervaren alsof de dokter hun klachten niet serieus neemt. Omdat de gerichtheid op lichamelijke klachten een primair kenmerk is van de stoornis, worden mensen met een somatisch-symptoomstoornis over het algemeen gezien binnen de algemene gezondheidszorg en niet in de ggz. Een voorstel om door te verwijzen naar een ggz-specialist kan bij iemand met een somatisch-symptoomstoornis stuiten op verbazing, of zelfs leiden tot een vastbesloten weigering om deze specialist te bezoeken.