In een onderzoek onder Deense kinderen in de leeftijd van 5–7 jaar waren de functionele somatische symptomen veelvoorkomende gezondheidsklachten, die voor een significante minderheid (ongeveer een vijfde) van de kinderen met klachten ernstig genoeg waren om lijdensdruk of beperkingen te veroorzaken of te leiden tot schoolverzuim of het inschakelen van medische hulp. De leeftijd bij aanvang lijkt geen invloed te hebben op de duur van de onbehandelde ziekte.
Het beloop van de somatisch-symptoomstoornis is waarschijnlijk chronisch en fluctuerend, en wordt beïnvloed door het aantal symptomen, de leeftijd van de betrokkene, de mate van beperkingen en de eventuele comorbiditeit. Het beloop wordt ook beïnvloed door persoonlijkheidstrekken, waarbij minder leedvermijdend en meer sociaalgericht zijn samenhangen met een kortere tijd tot remissie.
Bij kinderen zijn de meest voorkomende klachten recidiverende buikpijn, hoofdpijn, vermoeidheid en misselijkheid. Verder komt het hebben van één opvallend aanwezige klacht vaker voor bij kinderen dan bij volwassenen. Voor het toekennen van de classificatie bij kinderen is het van belang om de oordelen van de patiënt, diens gezin en derden (bijvoorbeeld van de school) over het symptoombeeld te verzamelen. Het is van groot belang dat jonge patiënten en hun verzorgers betrokken worden bij de diagnostiek en de behandeling van de stoornis, aangezien de manier waarop de verzorgers de symptomen interpreteren en erop reageren van invloed kan zijn op de mate van lijdensdruk bij het kind, de vraag naar medische onderzoeken en interventies, en het schoolverzuim.
Bij ouderen lijkt gelokaliseerde pijn in verschillende lichaamsdelen het meest voorkomende symptoom te zijn. Somatische symptomen en gelijktijdige somatische aandoeningen komen vaak voor, aangezien de multimorbiditeit toeneemt met de leeftijd. De prevalentie van de somatisch-symptoomstoornis lijkt tot de leeftijd van 65 jaar stabiel te zijn en kan daarna lager worden. Om de classificatie bij oudere mensen te kunnen toekennen, is het essentieel om aandacht te besteden aan het vereiste dat er sprake is van excessieve gedachten, gevoelens of gedragingen die samenhangen met de lichamelijke klachten of de hiermee gepaard gaande zorgen over de gezondheid (criterium B). Mogelijk wordt de somatisch-symptoomstoornis bij ouderen te weinig gediagnosticeerd doordat bepaalde lichamelijke klachten (zoals pijn en vermoeidheid) worden beschouwd als een normaal onderdeel van het ouder worden, of doordat bezorgdheid over ziekte bij ouderen als ‘begrijpelijk’ wordt beschouwd omdat zij meer somatische aandoeningen hebben en meer geneesmiddelen gebruiken dan jongere mensen.