Mensen met een somatisch-symptoomstoornis hebben op het moment dat ze worden gezien meestal multipele lichamelijke klachten die hen verontrusten of die hun dagelijks leven in aanzienlijke mate verstoren (criterium A), maar bij sommige mensen is er slechts één ernstig symptoom, meestal pijn. De klachten kunnen specifiek zijn (zoals gelokaliseerde pijn) of minder specifiek (vermoeidheid bijvoorbeeld). Soms bestaan de klachten uit normale lichamelijke sensaties of gevoelens van ongemak die meestal niet wijzen op een ernstige ziekte. De aanwezigheid van somatische symptomen waarvoor geen duidelijke somatische verklaring bestaat, is niet voldoende om deze classificatie te gebruiken. De lijdensdruk van de betrokkene is authentiek, of er nu wel of niet een somatische verklaring voor bestaat.
De klachten kunnen wel of niet samengaan met een somatische aandoening. Een somatische aandoening en een somatisch-symptoomstoornis sluiten elkaar niet uit; de combinatie van beide komt veel voor. Een voorbeeld is de patiënt die na een hartinfarct zonder verdere complicaties ernstige beperkingen ondervindt door symptomen van een somatisch-symptoomstoornis, ondanks het feit dat het hartinfarct op zichzelf geen blijvende beperkingen veroorzaakt heeft. Als er een somatische aandoening aanwezig is, of anders een hoog risico op het ontwikkelen hiervan (bijvoorbeeld omdat een ziekte veel in de familie voorkomt), zijn de gedachten, gevoelens en gedragingen die de aandoening of het risico hierop met zich meebrengt, buitenproportioneel (criterium B).
Mensen met een somatisch-symptoomstoornis zijn geneigd veel zorgen te hebben over ziekte (criterium B). Ze beleven hun lichamelijke klachten als uitermate bedreigend, gevaarlijk of lastig, en denken vaak het ergste van hun eigen gezondheid. Zelfs als er bewijs bestaat voor het tegendeel, zijn sommige patiënten nog steeds bang dat hun klachten wijzen op een ernstige somatische aandoening. Bij een ernstige somatisch-symptoomstoornis kan de bezorgdheid over de gezondheid een centrale rol gaan innemen in het leven van de betrokkene, in die mate dat dit een kenmerk wordt van zijn of haar identiteit en dat het de relaties van de betrokkene gaat domineren.
Typerend voor mensen met deze stoornis is dat zij verontrust zijn door hun lichamelijke klachten en de mogelijke betekenis daarvan. Bij doorvragen over deze ongerustheid beschrijven sommige patiënten deze mede in een context van andere aspecten van hun leven, terwijl anderen elke andere bron van stress ontkennen, behalve hun lichamelijke klachten. De gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven is vaak verslechterd, zowel lichamelijk als psychisch. De classificatie kan verder worden gespecificeerd door aan te geven of de klachten voornamelijk pijn betreffen en/of worden gekenmerkt door een persisterend beloop. Bovendien kan de ernst van de somatisch-symptoomstoornis worden gespecificeerd door het aantal symptomen uit criterium B waaraan wordt voldaan. Lichte vormen van de somatisch-symptoomstoornis (er wordt voldaan aan één symptoom uit criterium B) komen vaker voor dan matige of ernstige vormen. Mensen met een matig-ernstige vorm (twee of meer symptomen uit criterium B zijn aanwezig) of met een ernstige vorm (twee of meer symptomen uit criterium B zijn aanwezig, in combinatie met meerdere somatische symptomen of één zeer ernstig somatisch symptoom) hebben meer beperkingen dan mensen met een lichte vorm. Bij een ernstige somatisch-symptoomstoornis zijn er duidelijke beperkingen en kunnen uiteindelijk, als de stoornis persisteert, blijvende handicaps ontstaan.
Veel mensen met deze stoornis doen een groot beroep op de gezondheidszorg, al worden ze hier zelden door gerustgesteld. Dit kan ertoe leiden dat de betrokkene voor dezelfde klachten de hulp van verschillende artsen inschakelt. Somatische interventies lijken bij deze mensen vaak niet aan te slaan, en nieuwe interventies verergeren de klachten soms alleen maar. Sommige mensen met de stoornis lijken buitengewoon gevoelig voor de bijwerkingen van geneesmiddelen. Sommigen hebben het gevoel dat de somatische diagnostiek van hun klachten inadequaat is, evenals de behandeling ervan.
De criteria voor de somatisch-symptoomstoornis lijken geschikt te zijn voor toepassing bij kinderen en adolescenten, hoewel ze minder goed zijn bestudeerd onder jongeren dan onder volwassenen.