De somatisch-symptoomstoornis hangt samen met hoge percentages comorbiditeit, zowel met andere psychische stoornissen als met somatische aandoeningen. De meest relevante gelijktijdig optredende psychische stoornissen zijn angststoornissen en depressieve-stemmingsstoornissen. In tot 50% van de gevallen van een somatisch-symptoomstoornis heeft de betrokkene ook een angststoornis of een depressieve-stemmingsstoornis. Dit draagt verregaand bij aan de mate van beperkingen in het functioneren en aan een slechtere kwaliteit van leven. Andere psychische stoornissen waarvan bekend is dat ze samen voorkomen met de somatisch-symptoomstoornis zijn de posttraumatische-stressstoornis en de obsessieve-compulsieve stoornis. Er zijn ook aanwijzingen dat de stoornis samenhangt met seksuele disfuncties bij mannen. Een verhoogde mate van psychische kenmerken (criterium B) van de somatisch-symptoomstoornis is ook bij verschillende somatische aandoeningen aangetroffen. Wanneer er naast de stoornis een somatische aandoening aanwezig is, brengt deze ernstigere beperkingen met zich mee dan op grond van alleen die lichamelijke ziekte te verwachten valt. Bovendien is aangetoond dat somatiseren bij een somatische aandoening een negatief effect heeft op de ziekte-uitkomsten, behandelresultaten, therapietrouw en de kwaliteit van leven, en leidt tot een toename in het zorggebruik.