Omdat chronisch prikkelbare kinderen en adolescenten meestal een complexe voor­ge­schie­de­nis presenteren, moet bij de classificatie van de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis aandacht worden besteed aan de aan- of afwezigheid van meerdere andere aandoeningen. Vele andere syndromen moeten worden overwogen, maar vooral het onderscheid tussen de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis, de bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen en de oppositionele-opstandige stoornis vereist een zorgvuldige beoordeling.

Bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen Het belangrijkste kenmerk om onderscheid te kunnen maken tussen de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis en bi­po­lai­re­stem­mings­stoor­nis­sen bij kinderen is het longitudinale beloop van de kernsymptomen. Bij kinderen manifesteert een bipolaire-I- of -II-stoornis, net als bij volwassenen, zich als een episodische aandoening met duidelijke episoden waarin de stemming verstoord is, en die zich onderscheiden van het gebruikelijke gedrag van het kind. De verstoring van de stemming tijdens een manische episode is overduidelijk anders dan de gebruikelijke stemming van het kind. Daar komt nog bij dat tijdens een manische episode de stem­mings­ver­an­de­ring gepaard moet gaan met het beginnen of verergeren van bijkomende cognitieve, gedragsmatige en lichamelijke symptomen (bijvoorbeeld verhoogde afleidbaarheid, toegenomen doelgerichte activiteit), die bovendien zodanig aanwezig zijn dat zij duidelijk verschillen van het gebruikelijke gedrag (de uitgangswaarde) van het kind. Om die reden moeten ouders (en afhankelijk van het ont­wik­ke­lings­ni­veau ook het kind zelf) in het geval van een manische episode een duidelijk afwijkende periode kunnen herkennen waarin de stemming en het gedrag van het kind opvallend anders waren dan gewoonlijk. De prikkelbaarheid bij een disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis daarentegen is aanhoudend en gedurende vele maanden aanwezig; hoewel die tot op zekere hoogte kan toenemen en weer afnemen, is ernstige prikkelbaarheid kenmerkend voor een kind met een disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis. Bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen zijn dus episodische aandoeningen, en een disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis is dat niet. Het is zelfs zo dat de classificatie disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis niet kan worden toegekend bij een kind dat ooit een volledige hypomanische of manische episode (prikkelbaar of eufoor) heeft doorgemaakt of dat ooit een manische of hypomanische episode heeft doorgemaakt die langer duurde dan een dag. Een ander belangrijk onderscheid tussen bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen en de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis is de aanwezigheid van een verhoogde of expansieve stemming en grandiositeit. Deze symptomen komen vaak voor bij manie, maar zijn niet kenmerkend voor de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis.

Oppositionele-opstandige stoornis Terwijl de symptomen van de op­po­si­ti­o­ne­le­op­stan­di­ge stoornis zich doorgaans wel voordoen bij kinderen met een disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis, komen de stem­mings­symp­to­men van de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis relatief weinig voor bij kinderen met een oppositionele-opstandige stoornis. De belangrijkste kenmerken die een classificatie disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis kunnen rechtvaardigen bij kinderen met symptomen die ook voldoen aan de criteria voor een oppositionele-opstandige stoornis, zijn de aanwezigheid van ernstige en vaak terugkerende woede-uitbarstingen en een aanhoudend verstoorde stemming in de perioden tussen de uitbarstingen. Daarnaast vereist de classificatie disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis dat er sprake is van een ernstige beperking in minstens één situatie (bijvoorbeeld de thuissituatie, op school, of in contact met leeftijdgenoten) en een lichte tot matige beperking in een tweede situatie. Hoewel de meeste kinderen van wie de symptomen aan de criteria voor de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis voldoen, een beeld vertonen dat ook voldoet aan de criteria voor de op­po­si­ti­o­ne­le­op­stan­di­ge stoornis, is het omgekeerde om die reden dus niet het geval: bij slechts ongeveer 15% van de kinderen met een oppositionele-opstandige stoornis voldoen de symptomen ook aan de criteria voor een disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis. Overigens dient zelfs aan kinderen van wie het beeld aan de criteria voor beide stoornissen voldoet, alleen de classificatie disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis te worden toegekend. Ten slotte zijn de aanwezigheid van opvallende stem­mings­symp­to­men bij de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis en het hoge risico op depressieve-stem­mings­stoor­nis­sen en angst­stoor­nis­sen dat in ver­volg­on­der­zoek is aangetoond, een goede reden om de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis in de DSM-5 onder de depressieve-stem­mings­stoor­nis­sen te plaatsen. (De oppositionele-opstandige stoornis is opgenomen in het hoofdstuk ‘Disruptieve, im­puls­be­heer­sings- en andere ge­drags­stoor­nis­sen’.) Dit geeft aan dat de stem­mings­com­po­nent bij kinderen met een disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis meer in het oog springt, in vergelijking met kinderen met een oppositionele-opstandige stoornis. Desalniettemin moet ook worden opgemerkt dat de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis gepaard gaat met een hoog risico op gedrags- en stem­mings­pro­ble­men.

Aan­dachts­de­fi­ci­ën­tie-/hy­per­ac­ti­vi­teits­stoor­nis, depressieve stoornis, angst­stoor­nis­sen en au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis Bij een kind van wie de symptomen voldoen aan de criteria voor een disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis kan ook een comorbide classificatie ADHD, depressieve stoornis en/of angststoornis worden toegekend. Bij kinderen die de prikkelbaarheid alleen ervaren in de context van een depressieve episode of persisterende depressieve stoornis, dient echter één van die classificaties te worden toegekend, in plaats van de classificatie disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis. Kinderen met een disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis kunnen symptomen vertonen die ook voldoen aan de criteria voor een angststoornis, en aan hen kunnen dan beide classificaties worden toegekend, maar wanneer de prikkelbaarheid zich alleen uit binnen de context van een verergering van een angststoornis dient alleen de specifieke angststoornis te worden geclassificeerd, en niet de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis. Daarnaast vertonen kinderen met een au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis vaak woede-uitbarstingen, bijvoorbeeld wanneer hun routine wordt verstoord. In dat geval worden de woede-uitbarstingen beschouwd als secundair aan de au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis en dient de classificatie disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis niet te worden toegekend.

Periodiek explosieve stoornis Kinderen met symptomen die aan een periodiek explosieve stoornis doen denken, vertonen, net als kinderen met een disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis, ernstige woede-uitbarstingen. In tegenstelling tot voor de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis is het echter voor de periodiek explosieve stoornis niet vereist dat de stemming van de betrokkene aanhoudend prikkelbaar of boos is tussen verschillende uitbarstingen in. Als er bovendien sprake is van verbale of fysieke agressie die niet leidt tot schade aan eigendommen of lichamelijk letsel bij dieren of mensen en die minstens twee keer per week voorkomt, kan de classificatie periodiek explosieve stoornis worden toegekend wanneer de symptomen slechts drie maanden hebben geduurd, in tegenstelling tot de vereiste twaalf maanden bij de disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis. Deze twee classificaties mogen dus niet tegelijkertijd worden toegekend aan hetzelfde kind. Bij kinderen met woede-uitbarstingen en bijkomende, aanhoudende prikkelbaarheid dient alleen de classificatie disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis te worden toegekend.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.