Hoewel prikkelbaarheid een sterke genetische component in beide geslachten heeft, is er enig bewijs uit tweelingstudies dat de patronen verschillen tussen jongens en meisjes. Bij jongens lijken genetische factoren gedurende de hele kindertijd een toenemend aandeel in de variantie van het fenotype van prikkelbaarheid te verklaren. Hoewel een groot deel van de variantie van het prikkelbaarheidsfenotype ook bij leerplichtige meisjes aan genetische factoren is toe te schrijven, daalt deze variantie in de adolescentie en tijdens de jonge volwassenheid, en spelen omgevingsinvloeden dan een grotere rol. Hoe dit genetische risico op prikkelbaarheid zich vertaalt in het risico op en de prognose voor de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis, is nog niet bekend.