De eerste symptomen van de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis moeten zich vóór de 10-jarige leeftijd voordoen, en de classificatie mag niet worden toegekend bij kinderen met een ontwikkelingsleeftijd lager dan 6 jaar. Het is niet bekend of de aandoening alleen binnen deze leeftijdsgrenzen voorkomt. Omdat de symptomen van de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis meestal veranderen naargelang kinderen zich ontwikkelen, dient de classificatie te worden beperkt tot leeftijdsgroepen die vergelijkbaar zijn met die waarin de geldigheid is vastgesteld (6–18 jaar). Ongeveer de helft van de kinderen met een disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis die in een overwegend landelijk gebied in de VS wonen, vertoont volgens een grote Amerikaanse studie een jaar later nog steeds symptomen die aan de criteria voor de stoornis voldoen, terwijl kinderen van wie de symptomen niet langer aan de drempelwaarde voor de classificatie voldoen, vaak aanhoudende, klinisch relevante prikkelbaarheid vertonen. De incidentie van een overgang van ernstige niet-episodische prikkelbaarheid naar een bipolaire-stemmingsstoornis is zeer laag. Daarentegen hebben kinderen met een disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis een hoger risico om op volwassen leeftijd depressieve-stemmings- en/of angststoornissen te ontwikkelen.