De comorbiditeit bij de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis is buitengewoon hoog. Het komt zelden voor dat iemands symptomen alleen voldoen aan de criteria voor een disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis. Er lijkt een hogere comorbiditeit te bestaan tussen de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis en andere in de DSM omschreven syndromen dan voor veel andere psychische aandoeningen bij kinderen en jongeren; de grootste overlap bestaat met de oppositionele-opstandige stoornis. Niet alleen de totale comorbiditeit bij de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis is hoog, maar ook de diversiteit van comorbide aandoeningen is groot. Deze kinderen komen doorgaans bij de clinicus met een breed scala van disruptieve gedrags-, stemmings-, angst- en zelfs autismespectrumsymptomen en -stoornissen. Kinderen met een disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis dienen geen symptomen te hebben die voldoen aan de criteria voor een bipolaire-stemmingsstoornis, omdat in dat geval alleen een bipolaire-stemmingsstoornis mag worden toegekend. Als kinderen symptomen vertonen die zowel voldoen aan de criteria voor de oppositionele-opstandige stoornis als die voor de periodiek explosieve stoornis en voor de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis, mag alleen de classificatie disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis worden toegekend. Zoals al eerder is opgemerkt, mag de classificatie disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis bovendien niet worden toegekend als de symptomen alleen ontstaan in een context die angst opwekt wanneer de routines van een kind met een autismespectrumstoornis of een obsessieve-compulsieve stoornis worden verstoord, of in de context van een depressieve episode.