Depressieve-stemmingsstoornis door een somatische aandoening
Heeft als kenmerk depressieve symptomen die het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een vastgestelde somatische aandoening.
Depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie
Heeft als kenmerk depressieve symptomen die het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een middel of medicatie.
Bipolaire-I- of bipolaire-II-stoornis
Heeft als kenmerk episodisch ziek zijn met afgebakende episoden met een verstoorde stemming die zijn te onderscheiden van wat gebruikelijk is voor het kind. Daarnaast gaan de stemmingsveranderingen tijdens een manische of hypomanische episode gepaard met een toegenomen energie en activiteit en bijkomende cognitieve, lichamelijke en gedragssymptomen (bijvoorbeeld verhoogde afleidbaarheid, snel praten, verminderde slaapbehoefte). Daar staat tegenover dat de prikkelbaarheid bij de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis aanhoudend en gedurende vele maanden chronisch aanwezig is.
Oppositionele-opstandige stoornis
Heeft als kenmerk een patroon van boze/prikkelbare stemming, brutaal/ongehoorzaam of wraakzuchtig gedrag. De disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis wordt daarentegen ook gekenmerkt door de aanwezigheid van ernstige en veelvuldig recidiverende woede-uitbarstingen en een persisterend verstoorde stemming tussen de uitbarstingen door. Als aan de criteria voor beide stoornissen wordt voldaan, wordt alleen de classificatie disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis toegekend.
Depressieve stoornis
Heeft als mogelijk kenmerk een prikkelbare stemming tijdens de episoden met een sombere stemming of verminderde interesse of plezier. Kinderen bij wie de prikkelbaarheid alleen in het kader van een depressieve episode aanwezig is, dienen de classificatie depressieve stoornis toegekend te krijgen en niet een disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis. Als de prikkelbaarheid ook buiten de depressieve episoden optreedt, kunnen beide classificaties passend zijn.
Angststoornissen
Hebben als mogelijk kenmerk een prikkelbare stemming die optreedt in situaties die angst oproepen. Kinderen die alleen prikkelbaarheid vertonen in situaties die angst oproepen, dienen de relevante angststoornis als classificatie toegekend te krijgen en niet een disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis. Als de prikkelbaarheid ook buiten de angstopwekkende situaties optreedt, kan het passend zijn zowel de classificatie disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis als angststoornis toe te kennen.
Autismespectrumstoornis
Heeft als mogelijk kenmerk driftbuien, vooral wanneer routines worden verstoord. Als de driftbuien beter kunnen worden verklaard door een autismespectrumstoornis, wordt de classificatie disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis niet toegekend.
Periodiek explosieve stoornis
Heeft als kenmerk agressieve uitbarstingen die kunnen lijken op de ernstige woede-uitbarstingen van de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis; er is echter geen sprake van een persisterend prikkelbare of boze stemming tussen de uitbarstingen door, zoals wel het geval is bij de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis. Daarnaast zijn er voor de periodiek explosieve stoornis slechts 3 maanden met actieve symptomen vereist, terwijl het vereiste voor de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis een periode van 12 maanden is. De classificatie periodiek explosieve stoornis wordt niet toegekend als aan de criteria voor de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis is voldaan.