Het belangrijkste kenmerk van de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis is chronische, ernstige, aanhoudende prikkelbaarheid. Deze ernstige prikkelbaarheid heeft twee opvallende klinische verschijnselen, waarvan de eerste frequente woede-uitbarstingen is. Deze uitbarstingen vinden meestal plaats als reactie op frustratie en kunnen zich verbaal of in het gedrag uiten (dit laatste in de vorm van agressie jegens eigendommen, zichzelf of anderen). De woede-uitbarstingen moeten vaak voorkomen (gemiddeld drie keer of vaker per week) (criterium C) gedurende ten minste één jaar, in ten minste twee situaties (criteria E en F), bijvoorbeeld in de thuissituatie en op school, en ze moeten niet passen bij het ontwikkelingsniveau (criterium B). De tweede vorm waarin de ernstige prikkelbaarheid zich kan manifesteren, is een chronische, aanhoudend prikkelbare of boze stemming die tussen de ernstige woede-uitbarstingen aanwezig is. Deze prikkelbare of boze stemming moet typerend zijn voor het kind, vrijwel dagelijks gedurende het grootste deel van de dag aanwezig zijn en door anderen in de omgeving van het kind zijn op te merken (criterium D).
Het klinische beeld van de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis moet zorgvuldig worden onderscheiden van de klinische manifestaties van andere, verwante aandoeningen, vooral een bipolaire-stemmingsstoornis bij kinderen en jongeren. De disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis is juist aan de DSM-5 toegevoegd om tegemoet te komen aan de controverse rond de passende classificatie en behandeling van kinderen die meer chronische, aanhoudende prikkelbaarheid tonen in vergelijking met kinderen die een klassieke (episodische) bipolaire-I- of -II-stoornis laten zien.
Sommige onderzoekers beschouwen de ernstige, niet-episodische prikkelbaarheid als kenmerk van een bipolaire-stemmingsstoornis bij kinderen, ondanks het feit dat zowel de DSM-IV als de DSM-5 vereist dat zowel kinderen als volwassenen duidelijk herkenbare episoden met manie of hypomanie hebben om in aanmerking te komen voor de classificatie bipolaire-I-stoornis. Tijdens de laatste decennia van de twintigste eeuw ging deze aanname van onderzoekers dat ernstige, nietepisodische prikkelbaarheid een uitingsvorm is van manie bij kinderen en jongeren, gepaard met een plotselinge toename van de classificatie bipolaire-stemmingsstoornis bij kinderen en jongeren. Deze sterke toename lijkt te moeten worden toegeschreven aan clinici die minstens twee klinische beelden in een enkele categorie bijeenbrachten. Dat wil zeggen dat zowel de klassieke, episodische manifestaties van manie als de niet-episodische manifestaties van ernstige prikkelbaarheid werden geclassificeerd als bipolaire-stemmingsstoornis bij kinderen. In de DSM-5 is de term ‘bipolaire stoornis’ uitdrukkelijk voorbehouden aan de episodische manifestaties van bipolaire symptomen. De DSM-IV bood geen classificatie die was bedoeld om jongeren te kunnen omschrijven met als meest kenmerkende symptomen zeer ernstige, niet-episodische prikkelbaarheid; de DSM-5 biedt door de toevoeging van de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis een afzonderlijke categorie voor deze manifestaties.