Temperament Mensen die angststoornissen ontwikkelen, of die tijdens de kindertijd dwangmatige persoonlijkheidstrekken vertonen, hebben een verhoogd risico om anorexia nervosa te ontwikkelen.
Omgeving De historische en interculturele variatie in de prevalentie van anorexia nervosa wijst erop dat deze aandoening zich vaker voordoet binnen een cultuur of omgeving waarin mager-zijn hoog wordt gewaardeerd. Ook beroepen en tijdsbestedingen waarin magerheid wordt aangemoedigd, zoals modellenwerk en op selectieniveau atletiek beoefenen, gaan samen met een verhoogd risico.
Genetica en fysiologie Bloedverwanten van iemand met anorexia nervosa hebben een hoger risico om anorexia nervosa of andere eetstoornissen en psychische stoornissen te krijgen. In genoombrede associatieonderzoeken zijn enkele specifieke risicoloci geïdentificeerd, waaronder loci die samenhangen met andere psychische stoornissen en stofwisselingseigenschappen zoals insulineresistentie en het lipidenprofiel. Met behulp van functionele beeldvormende technieken (zoals functional magnetic resonance imaging (fMRI) en positronemissietomografie (PET)) zijn bij anorexia nervosa verscheidene abnormaliteiten in de hersenen aangetroffen, waarvan er vele wijzen op een afwijkende werking van het beloningscircuit. In hoeverre deze bevindingen iets zeggen over de veranderingen die met de ondervoeding te maken hebben, of juist primaire afwijkingen zijn die met de aandoening samenhangen, is niet duidelijk.