F50.0
CLASSIFICATIECRITERIA
AHet beperken van de energie-inname ten opzichte van de energiebehoefte, resulterend in een significant te laag lichaamsgewicht voor de leeftijd, het geslacht, de groeicurve en de lichamelijke gezondheid. Een significant te laag lichaamsgewicht wordt gedefinieerd als een gewicht dat lager is dan het minimale normale gewicht of, bij kinderen en adolescenten, een lager gewicht dan wat minimaal wordt verwacht.
De DSM-IV-formulering ‘weigering het lichaamsgewicht te handhaven op of boven een voor de leeftijd en lengte minimaal normaal gewicht’ is gewijzigd om het belang van energiehomeostase voor het handhaven van een minimaal normaal gewicht te benadrukken. Deze wijziging maakt de classificatie ook van toepassing op mensen die verhoogde lichamelijke activiteit gebruiken als middel om gewicht te verliezen.
BEen intense vrees om aan te komen of dik te worden, of persisterend gedrag dat gewichtstoename verhindert, zelfs al heeft de betrokkene een significant te laag gewicht.
In de DSM-IV vereiste criterium B ‘angst in gewicht toe te nemen’. Een significante minderheid van de mensen met anorexia nervosa ontkent echter expliciet een dergelijke angst te hebben. Daarom heeft men in de DSM-5 een gedragsclausule toegevoegd, namelijk: ‘persisterend gedrag dat gewichtstoename verhindert, zelfs al heeft de betrokkene een significant te laag gewicht’.
CEen stoornis in de manier waarop de betrokkene zijn of haar lichaamsgewicht of lichaamsvorm ervaart, een onevenredig grote invloed van het lichaamsgewicht of de lichaamsvorm op het oordeel over zichzelf, of persisteren in het niet onderkennen van de ernst van het actuele lage lichaamsgewicht.
De formulering van dit criterium is veranderd van ‘ontkenning van de ernst van het huidige lage lichaamsgewicht’ in de DSM-IV tot ‘persisteren in het niet onderkennen van de ernst van het actuele lage lichaamsgewicht’. Het woord ‘ontkenning’ is verwijderd omdat er geen empirisch bewijs was ter ondersteuning van het gebruik ervan, en vanwege de zorg dat het een paternalistische en pejoratieve houding bevorderde.
→Specificeer of:
Restrictieve type Gedurende de afgelopen drie maanden is de betrokkene niet gedurende recidiverende episoden bezig geweest met eetbuien of purgeergedrag (zelf opgewekt braken of misbruik van laxantia, diuretica of klysma’s). Dit subtype is beperkt tot klinische beelden waarbij het gewichtsverlies voornamelijk tot stand komt door dieet houden, vasten en/of excessieve lichaamsbeweging.
Eetbuien-/purgerende type Gedurende de afgelopen drie maanden is de betrokkene gedurende recidiverende episoden bezig geweest met eetbuien of purgeergedrag (zelf opgewekt braken of misbruik van laxantia, diuretica of klysma’s).
Volgens de DSM-5 dienen de subtypen (restrictieve type of eetbuien-/purgerende type) te worden gespecificeerd indien de betrokkene gedurende de afgelopen drie maanden aan de in de tekst gestelde vereisten voldoet. Hoewel de beschikbare gegevens erop wijzen dat deze subtypen klinisch nut hebben en voor onderzoeksdoeleinden bruikbaar zijn, is er significant vaak sprake van wisselen van subtype en hadden clinici moeite met de vermelding van het subtype ‘tijdens de huidige episode’ (DSM-IV).
Clinici kunnen ook specificeren of de stoornis van de betrokkene volledig of gedeeltelijk in remissie is. Het onderscheid tussen beide is dat bij een gedeeltelijke remissie een laag lichaamsgewicht (criterium A) niet langer een probleem is, maar de betrokkene nog steeds een intense vrees heeft om aan te komen of dik te worden, of hij of zij een verstoord lichaamsbeeld heeft.
De actuele ernst kan worden aangegeven door te specificeren of deze licht, matig, ernstig of zeer ernstig is, op basis van de body mass index.
→Specificeer indien:
Gedeeltelijk in remissie De betrokkene heeft voorheen volledig aan de criteria voor anorexia nervosa voldaan, maar voldoet inmiddels gedurende een langere periode niet meer aan criterium A (laag lichaamsgewicht), maar nog wel aan ofwel criterium B (intense angst om aan te komen of dik te worden, of gedrag dat gewichtstoename verhindert) ofwel criterium C (verstoring van de zelfbeleving van lichaamsgewicht en -vorm).
Volledig in remissie De betrokkene heeft voorheen volledig aan de criteria voor anorexia nervosa voldaan, maar voldoet inmiddels gedurende een langere periode aan geen van de criteria.
Volgens de DSM-5 dienen de subtypen (restrictieve type of eetbuien-/purgerende type) te worden gespecificeerd indien de betrokkene gedurende de afgelopen drie maanden aan de in de tekst gestelde vereisten voldoet. Hoewel de beschikbare gegevens erop wijzen dat deze subtypen klinisch nut hebben en voor onderzoeksdoeleinden bruikbaar zijn, is er significant vaak sprake van wisselen van subtype en hadden clinici moeite met de vermelding van het subtype ‘tijdens de huidige episode’ (DSM-IV).
Clinici kunnen ook specificeren of de stoornis van de betrokkene volledig of gedeeltelijk in remissie is. Het onderscheid tussen beide is dat bij een gedeeltelijke remissie een laag lichaamsgewicht (criterium A) niet langer een probleem is, maar de betrokkene nog steeds een intense vrees heeft om aan te komen of dik te worden, of hij of zij een verstoord lichaamsbeeld heeft.
De actuele ernst kan worden aangegeven door te specificeren of deze licht, matig, ernstig of zeer ernstig is, op basis van de body mass index.
→Specificeer actuele ernst:
Het minimumniveau van ernst is voor volwassenen gebaseerd op de actuele body mass index (BMI) (zie hierna), of voor kinderen en adolescenten op het BMI-percentiel. De volgende waarden zijn afkomstig van de categorieën van ondergewicht die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert voor volwassenen. Voor kinderen en adolescenten dienen de corresponderende BMI-percentielen te worden gebruikt. De mate van ernst kan worden verhoogd om aan te geven wat de klinische symptomen zijn, wat de mate van functionele beperking is, en hoe groot de noodzaak van toezicht is.
Licht BMI ≥ 17 kg/m2
Matig BMI 16–16,99 kg/m2
Ernstig BMI 15–15,99 kg/m2
Zeer ernstig BMI < 15 kg/m2
Volgens de DSM-5 dienen de subtypen (restrictieve type of eetbuien-/purgerende type) te worden gespecificeerd indien de betrokkene gedurende de afgelopen drie maanden aan de in de tekst gestelde vereisten voldoet. Hoewel de beschikbare gegevens erop wijzen dat deze subtypen klinisch nut hebben en voor onderzoeksdoeleinden bruikbaar zijn, is er significant vaak sprake van wisselen van subtype en hadden clinici moeite met de vermelding van het subtype ‘tijdens de huidige episode’ (DSM-IV).
Clinici kunnen ook specificeren of de stoornis van de betrokkene volledig of gedeeltelijk in remissie is. Het onderscheid tussen beide is dat bij een gedeeltelijke remissie een laag lichaamsgewicht (criterium A) niet langer een probleem is, maar de betrokkene nog steeds een intense vrees heeft om aan te komen of dik te worden, of hij of zij een verstoord lichaamsbeeld heeft.
De actuele ernst kan worden aangegeven door te specificeren of deze licht, matig, ernstig of zeer ernstig is, op basis van de body mass index.