De bijna-verhongering bij anorexia nervosa en het purgeergedrag dat daar soms mee gepaard gaat, kan tot ernstige en mogelijk levensbedreigende somatische aandoeningen leiden. De gevaarlijk slechte voedingstoestand die met deze stoornis samenhangt, heeft gevolgen voor vrijwel alle belangrijke orgaansystemen en kan tot een aantal stoornissen leiden. Lichamelijke stoornissen komen vaak voor, waaronder amenorroe en afwijkingen in de vitale functies. De meeste lichamelijke stoornissen die samenhangen met ondervoeding, zijn omkeerbaar wanneer de voedingstoestand weer wordt hersteld, maar sommige stoornissen, waaronder het verlies van de botmineraaldichtheid, zijn dat vaak niet helemaal. Het zelf opgewekte braken en het misbruiken van laxantia, diuretica en klysma’s kunnen een aantal stoornissen veroorzaken die tot afwijkende laboratoriumuitslagen leiden, maar er zijn ook mensen met anorexia nervosa bij wie geen afwijkende laboratoriumuitslagen worden gevonden.
Wanneer iemand met anorexia nervosa ernstig ondergewicht heeft, kan dit leiden tot depressieve klachten en verschijnselen, zoals een verlaagde stemming, sociaal terugtrekken, prikkelbaarheid, slaapproblemen en verminderde interesse in seks. Aangezien deze kenmerken zich ook voordoen bij mensen die significant ondervoed zijn maar geen anorexia nervosa hebben, zijn veel van deze depressieve kenmerken mogelijk secundair aan de lichamelijke gevolgen van de bijna-verhongering. De symptomen kunnen echter ernstig genoeg zijn om de aanvullende classificatie depressieve stoornis toe te kennen.
Er zijn vaak opvallende, al dan niet aan voedsel gerelateerde obsessieve-compulsieve kenmerken aanwezig. De meeste mensen met anorexia nervosa zijn gepreoccupeerd met gedachten over eten. Sommigen verzamelen recepten of hamsteren voedsel. Uit observaties van gedrag dat samenhangt met andere vormen van uithongering, blijkt dat de aan eten gerelateerde obsessies en compulsies door ondervoeding kunnen verergeren. Wanneer mensen met anorexia nervosa obsessies en compulsies vertonen die niets te maken hebben met voedsel, lichaamsvorm of gewicht, kan dit een reden zijn om aanvullend de classificatie obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) toe te kennen.
Andere kenmerken die soms met anorexia nervosa samenhangen, zijn onder andere zorgen over eten in het openbaar, het gevoel tekort te schieten, een sterk gevoelde wens om controle te hebben over de eigen omgeving, rechtlijnig denken, nauwelijks spontaan reageren en een sterk beperkte emotionele expressie. In vergelijking met mensen met anorexia nervosa van het restrictieve type vertonen mensen met het eetbuien-/purgerende type vaker impulsiviteit en zijn zij eerder geneigd tot misbruik van alcohol en andere drugs.
Sommige mensen met anorexia nervosa zijn lichamelijk bijzonder actief. Aan het ziektebegin gaat vaak een verhoogde lichamelijke activiteit vooraf, en gedurende het beloop van de stoornis wordt het gewichtsverlies hier nog eens door versterkt. Tijdens de behandeling kan het moeilijk zijn om deze overdadige activiteit in toom te houden, waardoor het gewichtsherstel in gevaar kan komen.
Mensen met anorexia nervosa misbruiken soms ook medicatie, door bijvoorbeeld met de doseringen te rommelen, om gewichtsverlies in de hand te werken of gewichtstoename tegen te gaan. Mensen met diabetes mellitus slaan soms een dosering over of verlagen de insulinedosering om het gebruik van koolhydraten tot een minimum te beperken.