ADHD komt in de algemene bevolking vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, in een verhouding van ongeveer 2: 1 bij kinderen en 1,6:1 bij volwassenen. Vrouwen vertonen meer dan mannen vooral onoplettendheidskenmerken. Genderverschillen in de ernst van de ADHD-symptomen komen mogelijk door verschillen tussen de geslachten die van genetische en cognitieve factoren afhangen.