Aan veel ouders valt de overmatige motorische activiteit al op als hun kind een peuter is, maar de symptomen zijn voordat het kind 4 jaar is moeilijk te onderscheiden van het zeer variabele normale gedrag. ADHD wordt het meest herkend gedurende de ba­sis­school­ja­ren, wanneer de onoplettendheid gaat opvallen en meer beperkingen oplevert. De stoornis is relatief stabiel gedurende de vroege adolescentie, maar sommige patiënten vertonen een verslechtering in het beloop als zich ook antisociaal gedrag ontwikkelt.

In de voorschoolse periode is de hyperactiviteit de belangrijkste uiting. Onoplettendheid treedt op de basisschool meer op de voorgrond. Gedurende de adolescentie zijn verschijnselen van hyperactiviteit (bijvoorbeeld rennen en klimmen) minder gebruikelijk en gaat het meer om voortdurend friemelen of een innerlijk gevoel van zenuwachtigheid, rusteloosheid of ongeduld. In de volwassenheid kan impulsiviteit, naast onoplettendheid en rusteloosheid, problemen blijven opleveren, zelfs als de hyperactiviteit is afgenomen. Een aanzienlijk deel van de kinderen met ADHD blijft tot in de volwassenheid relatief veel last hebben van de beperkingen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.