Aan­dachts­de­fi­ci­ën­tie-/hy­per­ac­ti­vi­teits­stoor­nis

Attention-deficit/hyperactivity disorder

CLASSIFICATIECRITERIA

AEen persisterend patroon van onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit dat interfereert met het functioneren of de ontwikkeling, zoals gekenmerkt door (1) en/of (2):

1Onoplettendheid Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende minstens zes maanden aanwezig geweest in een mate die niet consistent is met het ont­wik­ke­lings­ni­veau en die een negatieve invloed heeft op sociale en schoolse of beroepsmatige activiteiten.
NB De symptomen zijn niet alleen een manifestatie van oppositioneel gedrag, uitdagendheid, vijandigheid of een onvermogen om taken of instructies te begrijpen. Oudere adolescenten en volwassenen (17 jaar en ouder) moeten aan minstens vijf symptomen voldoen.

aSlaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details, of maakt achteloos fouten in schoolwerk, op het werk of gedurende andere activiteiten (kijkt bijvoorbeeld over details heen of mist deze; levert slordig werk af).

bHeeft vaak moeite om aandacht bij taken of spel­ac­ti­vi­tei­ten te houden (heeft bijvoorbeeld problemen om geconcentreerd te blijven tijdens een les of gesprek, of bij het lezen van een lange tekst).

cLijkt vaak niet te luisteren als hij of zij direct wordt aangesproken (lijkt bijvoorbeeld afwezig, zelfs als er geen duidelijke afleiding is).

dVolgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er dikwijls niet in om schoolwerk, karweitjes of taken op het werk af te maken (begint bijvoorbeeld wel met een taak, maar raakt al snel afgeleid).

eHeeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten (heeft bijvoorbeeld moeite om een reeks taken achter elkaar af te maken; vindt het lastig om benodigdheden en eigendommen op hun plek op te bergen; het werk is slordig en wanordelijk; heeft moeite met tijdsindeling; haalt deadlines niet).

fVermijdt vaak om, heeft een afkeer van, of is onwillig om zich bezig te houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vereisen (bijvoorbeeld school­op­drach­ten of huiswerk; bij adolescenten en volwassenen: een rapport opstellen, formulieren invullen, of lange artikelen doornemen).

gRaakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of activiteiten (bijvoorbeeld materiaal voor school, potloden, boeken, gereedschap, portemonnee, sleutels, papieren, bril, mobiele telefoon).

hWordt gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels (bij oudere adolescenten en volwassenen kan het gaan om gedachten aan iets anders).

iIs vaak vergeetachtig tijdens dagelijkse bezigheden (bijvoorbeeld bij karweitjes, boodschappen doen; bij oudere adolescenten en volwassenen bijvoorbeeld terugbellen, rekeningen betalen, afspraken nakomen).

2Hyperactiviteit en impulsiviteit Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende minstens zes maanden aanwezig geweest in een mate die niet overeenstemt met het ont­wik­ke­lings­ni­veau en die een negatieve invloed heeft op sociale en schoolse of beroepsmatige activiteiten.
NB De symptomen zijn niet alleen een manifestatie van oppositioneel gedrag, uitdagendheid, vijandigheid, of een onvermogen om taken of instructies te begrijpen. Oudere adolescenten en volwassenen (17 jaar en ouder) moeten aan minstens vijf symptomen voldoen.

aBeweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn of haar stoel.

bStaat vaak op in situaties waarin verwacht wordt dat je op je plaats blijft zitten (staat bijvoorbeeld op van zijn of haar plek in de klas, op kantoor of op een andere werkplek, of in andere situaties waarin je op je plaats moet blijven zitten).

cRent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (NB Bij adolescenten of volwassenen kan dit beperkt zijn tot gevoelens van rusteloosheid).

dKan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten.

eIs vaak ‘in de weer’ of ‘draaft maar door’ (is er bijvoorbeeld niet toe in staat om lang stil te zitten, of voelt zich daarbij ongemakkelijk, zoals in een restaurant, tijdens een vergadering; anderen kunnen de betrokkene onrustig of moeilijk bij te houden vinden).

fPraat vaak excessief veel.

gGooit het antwoord er vaak al uit voordat een vraag afgemaakt is (maakt bijvoorbeeld de zinnen van anderen af; kan niet op zijn of haar beurt wachten tijdens een gesprek).

hHeeft vaak moeite om op zijn of haar beurt te wachten (bijvoorbeeld bij het wachten in een rij).

iStoort vaak anderen of dringt zich op (mengt zich bijvoorbeeld zomaar in gesprekken, spelletjes of activiteiten; gebruikt ongevraagd en zonder toestemming te verkrijgen de spullen van een ander; bij adolescenten en volwassenen: dringt zich op bij activiteiten van anderen of neemt deze over).

BVerscheidene symptomen van onoplettendheid of hyperactiviteit-impulsiviteit waren voor het 12de jaar aanwezig.

Criterium B vereist dat verschillende symptomen van ADHD vóór de leeftijd van 12 jaar zijn begonnen, omdat het moeilijk is om achteraf de beginleeftijd op betrouwbare wijze nauwkeurig te bepalen (Kieling et al., 2010). Bij adolescenten of jongvolwassenen moet in longitudinaal perspectief worden aangetoond dat de stoornis tijdens de kindertijd is begonnen en niet recent is ontstaan.

CVerscheidene symptomen van onoplettendheid of hyperactiviteit-impulsiviteit zijn aanwezig op twee of meer terreinen (bijvoorbeeld op school of werk; met vrienden of gezinsleden; tijdens andere activiteiten).

Criterium C bepaalt dat een aantal symptomen van ADHD in twee of meer settings aanwezig zijn. Hoewel dit potentieel kostbaar en tijdrovend is, en geen vereiste is voor een classificatie, raadt de tekst aan om informanten te raadplegen (bijvoorbeeld ouders, leraren of werkgevers), die de betrokkene in verschillende settings hebben meegemaakt. Bij kinderen kunnen meet­in­stru­men­ten voor leerkrachten waardevolle en aanvullende informatie bieden over de normatieve gedragspatronen die kunnen worden verwacht.

DEr zijn duidelijke aanwijzingen dat de symptomen interfereren met het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren, of de kwaliteit daarvan verminderen.

Bij kinderen kan ADHD de school­pres­ta­ties beïnvloeden. Bij volwassenen komen slechtere werkprestaties, een hoger verzuim, een hogere kans op werkloosheid, in­ter­per­soon­lij­ke conflicten en een gering gevoel van eigenwaarde veel voor. Kinderen met ADHD hebben ongeveer twee keer zo veel kans op een blessure die medische aandacht vraagt als kinderen zonder de stoornis, vermoedelijk als gevolg van hun impulsiviteit en onoplettendheid. Een gebrekkige toewijding aan taken die volgehouden inspanning vereisen wordt vaak door anderen geïnterpreteerd als luiheid, een gebrek aan ver­ant­woor­de­lijk­heids­ge­voel en oppositioneel gedrag. Relaties binnen het gezin worden vaak gekenmerkt door wrok en antagonisme, vooral vanwege het feit dat de intensiteit van de symptomen van de betrokkene nogal eens kan variëren, wat ertoe leidt dat anderen geloven dat het lastige gedrag opzettelijk is.

EDe symptomen treden niet uitsluitend op in het beloop van schizofrenie of een andere psychotische stoornis en kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld een stem­mings­stoor­nis, angststoornis, dissociatieve stoornis, per­soon­lijk­heids­stoor­nis, ont­trek­kings­syn­droom van een middel).

Andere psychische stoornissen moeten als oorzaak van de symptomen worden uitgesloten. ADHD deelt stoornissen in de aandacht met zowel angst­stoor­nis­sen als de depressieve stoornis. Onoplettendheid bij mensen met ADHD is te wijten aan dagdromen of hun aandacht voor externe stimuli of nieuwe activiteiten. ADHD moet gemakkelijk kunnen worden onderscheiden van de stoornissen in de aandacht door de zorgen, het rumineren en de interne stimuli die gezien worden bij angst­stoor­nis­sen of de depressieve stoornis. Jonge mensen met een bipolaire-stem­mings­stoor­nis hebben mogelijk een toegenomen activiteit, maar deze activiteit is episodisch en varieert met de stemming en met doelgericht gedrag. ADHD mag niet worden verward met manieën. De disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis wordt gekenmerkt door een stelselmatige humeurigheid, prikkelbaarheid en frustratie-intolerantie, maar impulsiviteit en aan­dachts­dis­re­gu­la­tie maken geen deel uit van de stoornis.

Bij sommige volwassenen kan het onderscheid tussen ADHD en verschillende per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen (bijvoorbeeld de antisociale-, borderline- of narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis) moeilijk zijn. Al deze stoornissen hebben de kenmerken desorganisatie, sociale opdringerigheid, emotionele instabiliteit en cognitieve ontregeling met elkaar gemeen. ADHD wordt echter niet gekenmerkt door verlatingsangst, zelf­be­scha­di­ging, extreme ambivalentie of andere kenmerken van ernstige per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen. Ten slotte mag de classificatie ADHD niet worden toegekend als de symptomen van onoplettendheid en hyperactiviteit uitsluitend voorkomen in het beloop van een psychotische stoornis.

Specificeer of:

F90.0

Gecombineerd beeld Als gedurende de afgelopen zes maanden voldaan is aan zowel criterium A1 (onoplettendheid) als criterium A2 (hyperactiviteit-impulsiviteit).

F98.8

Overwegend onoplettend beeld Als gedurende de afgelopen zes maanden voldaan is aan criterium A1 (onoplettendheid), maar niet aan criterium A2 (hyperactiviteit-impulsiviteit).

F90.0

Overwegend hyperactief-impulsief beeld Als gedurende de afgelopen zes maanden voldaan is aan criterium A2 (hyperactiviteit-impulsiviteit), maar niet aan criterium A1 (onoplettendheid).

Specificeer indien:

Gedeeltelijk in remissie Als aanvankelijk aan alle criteria is voldaan, maar de afgelopen zes maanden aan minder dan alle criteria is voldaan en de symptomen nog steeds beperkingen in het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren veroorzaken.

Specificeer actuele ernst:

Licht Niet of nauwelijks meer symptomen dan vereist zijn om de classificatie te kunnen toekennen zijn aanwezig, en de symptomen leiden slechts tot lichte beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren.

Matig Er zijn symptomen of functionele beperkingen tussen ‘licht’ en ‘ernstig’ aanwezig.

Ernstig Veel meer symptomen dan vereist zijn om de classificatie te kunnen toekennen zijn aanwezig, of verschillende bijzonder ernstige symptomen zijn aanwezig, of de symptomen leiden tot duidelijke beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.