Oppositionele-opstandige stoornis Mensen met een oppositionele-opstandige stoornis kunnen zich verzetten tegen school- of werktaken waarvoor grote inzet nodig is omdat ze weigeren om aan verzoeken van anderen te voldoen. Hun gedrag wordt gekenmerkt door negativiteit, vijandigheid en uitdagendheid. Deze symptomen moeten worden onderscheiden van een afkeer van school of van taken die inspanning kosten als gevolg van problemen met het volhouden van mentale inspanning, het vergeten van aanwijzingen en impulsiviteit bij mensen met ADHD. De differentiële diagnostiek wordt bemoeilijkt doordat sommige mensen met ADHD een secundaire oppositionele houding kunnen ontwikkelen tegen dat soort taken, en het belang ervan niet inzien.
Periodiek explosieve stoornis ADHD en de periodiek explosieve stoornis hebben een hoge mate van impulsief gedrag met elkaar gemeen. Mensen met een periodiek explosieve stoornis gedragen zich echter zeer agressief tegen anderen, wat niet kenmerkend is voor ADHD, en ze ervaren geen problemen met volgehouden aandacht zoals bij ADHD. Bovendien komt de periodiek explosieve stoornis zelden bij kinderen voor. De classificatie periodiek explosieve stoornis kan ook worden toegekend als er sprake is van ADHD.
Andere neurobiologische ontwikkelingsstoornissen De toegenomen motorische activiteit die bij ADHD kan voorkomen moet onderscheiden worden van het repetitieve motorische gedrag dat kenmerkend is voor de stereotiepe-bewegingsstoornis en sommige gevallen van de autismespectrumstoornis. Bij de stereotiepe-bewegingsstoornis is het motorische gedrag meestal hetzelfde en repetitief van aard (bijvoorbeeld schommelen met het bovenlichaam, zichzelf bijten), terwijl het gefriemel en de rusteloosheid bij ADHD meestal algemeen van aard zijn en niet worden gekenmerkt door repetitieve stereotiepe bewegingen. Bij de stoornis van Gilles de la Tourette kunnen meervoudige tics aangezien worden voor het algemene gefriemel bij ADHD. In dat geval is langdurige observatie nodig om onderscheid te kunnen maken tussen gefriemel en aanvallen van meervoudige tics.
Specifieke leerstoornis Kinderen die alleen een specifieke leerstoornis hebben, kunnen onoplettend gedrag vertonen omdat ze gefrustreerd zijn, geen interesse hebben, of beperkingen ervaren in hun neurocognitieve functies, inclusief het werkgeheugen en de verwerkingstijd, terwijl de onoplettendheid sterk wordt verminderd bij het uitvoeren van taken waarvoor de beperkte cognitieve processen niet vereist zijn.
Verstandelijke-ontwikkelingsstoornis (verstandelijke beperking) De symptomen van ADHD komen veel voor onder kinderen met een verstandelijke-ontwikkelingsstoornis die op een school zitten die niet past bij hun verstandelijke vermogens. In dergelijke gevallen zijn de symptomen niet zichtbaar bij andere dan schooltaken. Voor een classificatie ADHD bij de verstandelijke-ontwikkelingsstoornis is het nodig dat de onoplettendheid of hyperactiviteit excessief is voor de psychische leeftijd.
Autismespectrumstoornis Mensen met ADHD en degenen met een autismespectrumstoornis vertonen onoplettend, sociaal disfunctioneel en moeilijk te hanteren gedrag. Het sociaal disfunctionele gedrag en de afwijzing door leeftijdgenoten en collega’s waarvan bij mensen met ADHD sprake is, moeten onderscheiden worden van de sociale onbetrokkenheid, het isolement en het gebrek aan belangstelling voor communicatie door gezichtsuitdrukkingen en stembuigingen van mensen met een autismespectrumstoornis. Kinderen met een autismespectrumstoornis kunnen woede-uitbarstingen krijgen omdat ze er niet tegen kunnen als dingen anders gaan dan ze verwachten. Kinderen met ADHD daarentegen kunnen zich bij een grote verandering misdragen of een woede-uitbarsting krijgen door impulsief gedrag of gebrek aan zelfbeheersing.
Reactieve hechtingsstoornis Kinderen met een reactieve hechtingsstoornis kunnen sociale ontremming vertonen, maar niet het volledige symptoomcluster van ADHD, en laten andere kenmerken zien, zoals een gebrek aan duurzame relaties, die niet karakteristiek zijn voor ADHD.
Angststoornissen ADHD heeft symptomen van onoplettendheid gemeen met angststoornissen. Mensen met ADHD zijn onoplettend vanwege hun voorkeur voor nieuwe en stimulerende activiteiten, of hun preoccupatie met plezierige bezigheden. Dit moet worden onderscheiden van de onoplettendheid die is toe te schrijven aan de zorgen en het rumineren die zich bij angststoornissen voordoen. Rusteloosheid komt ook bij angststoornissen voor. Bij ADHD hangt dit symptoom echter niet samen met zorgen en rumineren.
Posttraumatische-stressstoornis Concentratieproblemen die samenhangen met een posttraumatische-stressstoornis (PTSS) kunnen bij kinderen onterecht voor ADHD worden aangezien. Bij kinderen jonger dan 6 jaar kan PTSS zich uiten in niet-specifieke symptomen als rusteloosheid, prikkelbaarheid, onoplettendheid en slechte concentratie, wat op ADHD kan lijken. Bovendien kunnen de ouders de traumagerelateerde symptomen van hun kind bagatelliseren en zijn leerkrachten en andere verzorgers zich er vaak niet van bewust dat het kind aan traumatiserende gebeurtenissen is blootgesteld. Een volledig onderzoek naar eerdere blootstelling aan traumatische gebeurtenissen kan PTSS uitsluiten.
Depressieve-stemmingsstoornissen Mensen met een depressieve-stemmingsstoornis kunnen concentratieproblemen hebben. Een slecht concentratievermogen bij stemmingsstoornissen treedt echter alleen duidelijk op tijdens een depressieve episode.
Bipolaire-stemmingsstoornissen Mensen met een bipolaire-stemmingsstoornis kunnen een toegenomen activiteitenniveau, slecht concentratievermogen en een grotere impulsiviteit vertonen. Maar anders dan bij ADHD, waarbij de symptomen aanhoudend aanwezig zijn, zijn deze kenmerken episodisch van aard. Bovendien gaat bij bipolaire-stemmingsstoornissen de impulsiviteit of onoplettendheid vergezeld van een verhoogde stemming, grandiositeit en andere specifieke bipolaire kenmerken. Kinderen met ADHD kunnen op één dag grote stemmingswisselingen vertonen; een dergelijke veranderlijkheid moet onderscheiden worden van een manische of hypomanische episode, die vier dagen of langer moet duren om als een klinische aanwijzing voor een bipolaire-stemmingsstoornis te mogen gelden, zelfs bij kinderen. Bipolaire-stemmingsstoornissen komen zelden voor bij preadolescenten, zelfs als er sprake is van ernstige prikkelbaarheid en boosheid, terwijl ADHD veel voorkomt onder kinderen en adolescenten die overmatige boosheid en prikkelbaarheid vertonen.
Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis De disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis wordt gekenmerkt door een grote prikkelbaarheid en een lage frustratietolerantie, terwijl impulsiviteit en ongerichte aandacht geen essentiële kenmerken zijn. De meeste kinderen en adolescenten met deze stoornis hebben echter ook symptomen die aan de criteria voor ADHD voldoen, die dan apart als classificatie wordt toegekend.
Stoornissen in het gebruik van een middel Het kan moeilijk zijn om onderscheid te maken tussen ADHD en stoornissen in het gebruik van een middel als de symptomen van ADHD zich voor het eerst voordoen nadat het misbruik of het frequente gebruik is begonnen. Om de differentiële diagnostiek mogelijk te maken, kan het nodig zijn om met behulp van informanten of rapportages duidelijke aanwijzingen te krijgen dat ADHD aanwezig was voor het misbruik begon.
Persoonlijkheidsstoornissen Bij adolescenten en volwassenen kan het moeilijk zijn om onderscheid te maken tussen ADHD en borderline-, narcistische- en andere persoonlijkheidsstoornissen. Sommige persoonlijkheidsstoornissen hebben desorganisatie, sociale opdringerigheid, en emotionele en cognitieve ontregeling met elkaar gemeen. ADHD wordt echter niet gekenmerkt door verlatingsangst, zelfbeschadigend gedrag, extreme ambivalentie of andere eigenschappen van de persoonlijkheidsstoornissen. Om ten behoeve van de differentiële diagnostiek onderscheid te kunnen maken tussen impulsief, sociaal opdringerig of ongepast gedrag, en narcistisch, agressief of dominant gedrag, kunnen langdurige klinische observatie, een heteroanamnese of een gedetailleerde biografische anamnese nodig zijn.
Psychotische stoornissen De classificatie ADHD wordt niet toegekend als de symptomen van onoplettendheid en hyperactiviteit zich alleen voordoen bij een psychotische stoornis.
ADHD door medicatie Als de symptomen van onoplettendheid, hyperactiviteit of impulsiviteit kunnen worden toegeschreven aan het gebruik van medicatie (bijvoorbeeld bronchodilatantia, isoniazide, neuroleptica (leidend tot acathisie), schildklierhormoon), wordt een van de classificaties andere gespecificeerde stoornis door een ander (of onbekend) middel of ongespecificeerde stoornis door een ander (of onbekend) middel toegekend.
Neurocognitieve stoornissen Hoewel beperkingen in de complexe aandacht bij neurocognitieve stoornissen kunnen voorkomen als symptoom in het cognitieve domein, moet hierbij wel sprake zijn van achteruitgang ten opzichte van een eerder niveau van functioneren voordat de classificatie uitgebreide of beperkte neurocognitieve stoornis gerechtvaardigd is. Bovendien begint een uitgebreide of beperkte neurocognitieve stoornis in de regel op volwassen leeftijd. Bij ADHD moet de onoplettendheid juist al voor de 12-jarige leeftijd aanwezig zijn geweest en is er geen sprake van een achteruitgang ten opzichte van het eerdere niveau van functioneren.