Mensen met PTSS hebben een grotere kans dan mensen zonder PTSS om symptomen te hebben die voldoen aan de clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria voor ten minste één andere psychische stoornis, zoals depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen of angst­stoor­nis­sen, of stoornissen door een middel/medicatie. PTSS gaat daarnaast samen met een verhoogd risico op een uitgebreide neurocognitieve stoornis. Bij een onderzoek in de Verenigde Staten bleek dat vrouwen na een licht traumatisch hersenletsel een verhoogde kans hadden om PTSS te ontwikkelen. De meeste jonge kinderen met PTSS hebben daarnaast minstens één andere stoornis, maar de co­mor­bi­di­teits­pa­tro­nen hebben een andere vorm dan bij volwassenen, waarbij de oppositionele-opstandige stoornis en de se­pa­ra­tie­angst­stoor­nis het meest voorkomen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.