Verschillende demografische, culturele en beroepsgroepen ervaren verschillende niveaus van blootstelling aan traumatiserende gebeurtenissen, en het relatieve risico om PTSS te ontwikkelen na een vergelijkbaar niveau van blootstelling (bijvoorbeeld religieuze vervolging) kan eveneens per culturele, etnische of geracialiseerde groep verschillen. Het risico op het ontstaan en de ernst van PTSS in verschillende culturele groepen kunnen beïnvloed worden door verschillen in het soort psychotraumatische blootstelling (bijvoorbeeld genocide), door de betekenis die de betrokkene aan de psychotraumatische gebeurtenis toekent (zoals bij de onmogelijkheid om begrafenisceremonies uit te voeren na een massamoord), de aanhoudende sociaal-culturele context (zoals wonen te midden van daders in een postconflictsituatie), blootstelling aan racisme en etnische discriminatie en andere culturele factoren (zoals stress bij migranten vanwege acculturatie). Sommige gemeenschappen staan bloot aan een pervasief en aanhoudend traumatiserende omgeving en niet zozeer aan een geïsoleerde gebeurtenis zoals in criterium A; in deze gemeenschappen is de voorspellende kracht van afzonderlijke traumatiserende gebeurtenissen voor het ontstaan van PTSS mogelijk kleiner. In culturen waarin veel belang wordt gehecht aan het sociale imago (zoals het in stand houden van het aanzien van een familie), kan gesmaad of beschaamd worden in het openbaar, het effect van gebeurtenissen zoals bedoeld in criterium A versterken. In sommige culturen kunnen PTSS-syndromen aan negatieve bovennatuurlijke ervaringen worden toegeschreven. De klinische manifestatie van de symptomen of symptoomclusters van PTSS kan, zowel bij volwassenen als bij kinderen, een culturele variatie vertonen. In veel niet-westerse groepen wordt vermijding minder vaak geobserveerd, terwijl somatische klachten (zoals duizeligheid, kortademigheid en warm worden) vaker worden gezien; andere symptomen die per cultuur uiteen kunnen lopen zijn onaangename dromen, amnesie die niet aan hoofdletsel is gerelateerd en roekeloos, maar niet-suïcidaal gedrag. Bij mensen met PTSS komt een negatieve stemming, vooral boosheid, in alle culturen vaak voor, evenals onaangename dromen en slaapparalyse. Somatische klachten komen in alle culturen vaak voor, zowel bij kinderen als volwassenen, vooral na een seksueel trauma. Symptomen die in relatie tot PTSS in alle culturen onder kinderen voorkomen zijn: intrusieve gedachten, verminderd deelnemen aan activiteiten, geen positieve emoties kunnen ervaren, prikkelbaarheid, agressie en hypervigilantie.
Onaangename dromen, flashbacks, psychische stress na blootstelling aan zaken die aan het psychotrauma herinneren en pogingen om herinneringen en gedachten te vermijden, komen bij kinderen met PTSS in alle culturen vaak voor.
In bepaalde culturele contexten kan het gebruikelijk zijn om op traumatiserende gebeurtenissen te reageren door zichzelf naar beneden te halen of spirituele oorzaken aan te wijzen die bij anderen overdreven kunnen voorkomen. Zelfverwijt sluit bijvoorbeeld aan bij ideeën over karma in onder andere Zuid- en Oost-Azië en bij cultuurverschillen aangaande locus of control en concepties van het zelf.
Wereldwijd komen in veel populaties op PTSS lijkende culturele concepten van lijdensdruk voor; deze worden gekenmerkt door verschillende manifestaties van psychische lijdensdruk die worden toegeschreven aan beangstigende of traumatiserende ervaringen. Culturele concepten van lijdensdruk hebben dus invloed op de expressie van PTSS en de diverse comorbide stoornissen (zie het hoofdstuk ‘Cultuur en psychiatrische diagnostiek’ in deel III).