De risicofactoren voor PTSS kunnen op veel manieren invloed uitoefenen, inclusief het predisponeren van mensen voor psychotrauma of extreme emotionele reacties bij blootstelling aan traumatiserende gebeurtenissen. Bij risicofactoren (en beschermingsfactoren) wordt meestal onderscheid gemaakt tussen pretraumatische, peritraumatische en posttraumatische factoren.
Pretraumatische factoren
Temperament Factoren met een hoog risico betreffen emotionele problemen tot het 6de levensjaar (zoals externaliserende of angstproblemen voor de psychotraumatische blootstelling) en eerdere psychische stoornissen (zoals een paniekstoornis, een depressieve-stemmingsstoornis, PTSS of een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS)). Individuele verschillen in de premorbide persoonlijkheid kunnen invloed hebben op hoe mensen op het psychotrauma en op de behandeling reageren. Persoonlijkheidstrekken die samenhangen met negatieve emotionele reacties, zoals een verlaagde stemming en angst, zijn risicofactoren voor het ontwikkelen van PTSS. Dergelijke trekken zijn te meten in scores voor negatieve affectiviteit (neuroticisme) in gestandaardiseerde persoonlijkheidsonderzoeken. Premorbide impulsiviteit gaat doorgaans samen met externaliserende manifestaties van PTSS en comorbiditeiten in het externaliserende spectrum, inclusief stoornissen in het gebruik van een middel of agressief gedrag.
Omgeving Volgens gegevens over Amerikaanse burgers en veteranen bestaan de omgevingsfactoren onder andere uit een lagere sociaaleconomische status; minder genoten opleiding; blootstelling aan een eerder psychotrauma (vooral tijdens de kindertijd); tegenspoed in de kindertijd (zoals armoede, een disfunctionerend gezin, scheiding of dood van ouders); een lagere intelligentie; etnische discriminatie en racisme; en psychiatrische aandoeningen in de familieanamnese. Sociale ondersteuning vóór blootstelling aan de gebeurtenis heeft een beschermende werking.
Genetica en fysiologie In tweelingonderzoek en moleculaire onderzoeken is aangetoond dat het risico om na blootstelling aan traumatiserende gebeurtenissen PTSS te ontwikkelen in enige mate erfelijk is. Gegevens van genoombrede associatieonderzoeken uit een groot multi-etnisch cohort ondersteunen de heritabiliteit van PTSS en hebben drie genoombrede significante loci aangetoond die per geografische afkomst variëren. De vatbaarheid voor het ontwikkelen van PTSS kan ook door epigenetische factoren worden beïnvloed. Genoombrede associatiegegevens van Amerikaanse veteranen wijzen op acht significante regionen bij Amerikanen van Europese afkomst die geassocieerd zijn met intrusieve herbelevingssymptomen van PTSS; gegevens uit het Verenigd Koninkrijk ondersteunen deze associaties eveneens.
Peritraumatische factoren
Omgeving Dit betreft onder andere de ernst (‘dosis’) van het psychotrauma, de mate waarin dit als levensbedreigend ervaren wordt, persoonlijk letsel, interpersoonlijk geweld (in het bijzonder een trauma dat wordt toegebracht door een verzorger of waarbij het kind getuige is van bedreiging van een verzorger), en, bij militair personeel, zelf dader zijn, het getuige zijn van wreedheden, of het doden van de vijand. Ten slotte kunnen dissociatie, vrees, paniek en andere peritraumatische responsen die zich tijdens het psychotrauma voordoen en nadien aanhouden, een risicofactor vormen.
Posttraumatische factoren
Temperament Dit betreft onder andere negatieve cognities, inadequate copingstrategieën en het ontwikkelen van een acute stressstoornis.
Omgeving Dit betreft onder andere latere blootstelling aan herhaaldelijk optredende beangstigende herinneringen, latere negatieve levensgebeurtenissen en financiële of andere met het psychotrauma samenhangende verliezen. Post-traumatische ervaringen zoals gedwongen migratie en een hoge mate van dagelijkse stressoren kunnen in verschillende culturele contexten bijdragen aan diverse omgevingsbepaalde risico’s op PTSS. Blootstelling aan racisme en discriminatie op grond van etniciteit blijkt samen te gaan met een meer chronisch beloop bij volwassen Afro-Amerikanen en Latijns-Amerikanen in de Verenigde Staten. Sociale ondersteuning (waaronder een stabiele gezinssituatie bij kinderen) is een beschermende factor die de uitkomst na een psychotrauma positief kan beïnvloeden.