Voor volwassenen in de Verenigde Staten is de levenslange prevalentie voor PTSS op basis van de DSM-IV-criteria 6,8%. Voor Amerikaanse adolescenten ligt de levenslange prevalentie op basis van de DSM-IV-criteria tussen 5,0 en 8,1%, en de prevalentie voor PTSS in het voorafgaande halfjaar is 4,9%. Hoewel er nog geen volledige gegevens voor de algemene bevolking op basis van de DSM-5 beschikbaar zijn, beginnen er wel bevindingen te verschijnen. In twee Amerikaanse epidemiologische onderzoeken varieert de levenslange prevalentie voor PTSS op basis van de DSM-5 tussen 6,1 en 8,3% en is de nationale 12-maandsprevalentie op basis van de DSM-5 geschat op 4,7%. De nationale schattingen van PTSS op enig moment in het leven op basis van de DSM-IV van de World Mental Health Surveys in 24 landen laten een gevarieerd beeld zien tussen landen, cohorten van landen naar inkomen en in de WHO-regio’s, maar deze prevalentie was over de hele linie 3,9%. Na correctie voor leeftijdsverschillen in de verschillende onderzoeken, was in populaties in conflictgebieden wereldwijd de puntprevalentie van PTSS met functionele beperkingen 11%.
Het aantal gevallen van PTSS is hoger onder veteranen en anderen wier beroep het risico op blootstelling aan trauma’s vergroot (zoals politieagenten, brandweermannen, personeel van spoedeisende-hulpdiensten). De hoogste prevalentiecijfers (tussen een derde tot meer dan de helft van degenen die zijn blootgesteld) worden gevonden onder overlevenden van verkrachting, gewapende strijd en krijgsgevangenschap, en etnisch of politiek gemotiveerde internering en genocide. De prevalentie van PTSS kan variëren afhankelijk van het ontwikkelingsstadium; kinderen en adolescenten, inclusief kinderen van voorschoolse leeftijd, vertonen in het algemeen een lagere prevalentie na blootstelling aan ernstige psychotraumatische gebeurtenissen. Dit kan echter komen doordat de eerder gebruikte criteria te weinig rekening hielden met de ontwikkeling. Verschillen tussen etnische groepen in de Verenigde Staten op basis van gegevens uit de DSM-IV tonen een hoger percentage PTSS onder Latijns-Amerikanen, Afro-Amerikanen en inheemse Amerikanen, in vergelijking met de bevolking van Europese afkomst. Mogelijke redenen voor deze prevalentieverschillen zijn onder andere verschillen in predisponerende of luxerende factoren, zoals blootstelling aan tegenspoed in het verleden en aan racisme en discriminatie; sociale status; en verschillen in de beschikbaarheid of kwaliteit van de behandeling, de sociale steun en andere sociale voorzieningen die het herstel bevorderen en die vaak samengaan met een etnische of geracialiseerde achtergrond.