Depressieve stoornis De depressieve stoornis onderscheidt zich door de afwezigheid van zowel manische episoden als hypomanische episoden. Aangezien de aanwezigheid van sommige manische of lichte manische symptomen (zoals minder symptomen, of symptomen met een kortere duur dan vereist voor hypomanie) nog steeds kan passen bij de classificatie depressieve stoornis, is het belangrijk om vast te stellen of de symptomen voldoen aan de criteria voor een hypomanische episode, om te bepalen of de classificatie bipolaire-II-stoornis wellicht passender is. Depressieve episoden domineren het algehele ziektebeloop bij de meeste mensen met een bipolaire-II-stoornis, wat bijdraagt aan het tijdsverloop van tien jaar tussen het begin van de ziekte en het stellen van de diagnose bipolaire-II-stoornis. Omdat de clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria van een depressieve episode bij de depressieve stoornis en de bipolaire-II-stoornis identiek zijn, kan de classificatie bipolaire-II-stoornis alleen worden toegekend op basis van informatie over minstens één voorafgaande hypomanische episode om een bipolaire-II-stoornis te onderscheiden van een depressieve stoornis.

Cyclothyme stoornis Bij de cyclothyme stoornis is er sprake van vele perioden met lichte manische symptomen die niet voldoen aan de criteria voor of de vereiste duur van een hypomanische episode, en vele perioden met depressieve symptomen die niet volledig voldoen aan de criteria voor of de vereiste duur van een depressieve episode. Het verschil tussen de bipolaire-II-stoornis en de cyclothyme stoornis bestaat uit de aanwezigheid van een of meer hypomanische episoden en een of meer depressieve episoden. Als zich na de eerste twee jaar van een cyclothyme stoornis een depressieve episode voordoet, wordt de aanvullende classificatie bipolaire-II-stoornis toegekend.

Schizofrenie Schizofrenie kenmerkt zich door psychotische symptomen in de actieve fase, die gepaard kunnen gaan met depressieve episoden. De classificatie schizofrenie is in elk geval van toepassing als er geen depressieve episoden gelijktijdig met de actieve-fasesymptomen zijn opgetreden. Als ze wel gelijktijdig optreden, is de classificatie schizofrenie van toepassing indien de depressieve episoden slechts een minderheid van de tijd aanwezig zijn geweest. De classificatie bipolaire-II-stoornis met psychotische kenmerken wordt toegekend als de psychotische verschijnselen zich uitsluitend tijdens de depressieve episoden hebben voorgedaan.

Schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis De schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis kenmerkt zich door perioden waarin depressieve symptomen samenvallen met de actieve-fasesymptomen van schizofrenie en perioden waarin gedurende minstens twee weken wanen of hallucinaties optreden in afwezigheid van een depressieve episode. De classificatie bipolaire-II-stoornis met psychotische kenmerken is van toepassing indien de psychotische symptomen uitsluitend tijdens de depressieve episoden zijn opgetreden.

Bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een somatische aandoening De classificatie bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een somatische aandoening is van toepassing in plaats van bipolaire-II-stoornis indien de hypomanische episoden op grond van de anamnese, de la­bo­ra­to­ri­um­be­vin­din­gen of het lichamelijk onderzoek worden geacht het directe fysiologische gevolg te zijn van een somatische aandoening (zoals het syndroom van Cushing, multiple sclerose).

Bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een middel/medicatie Een bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een middel/medicatie onderscheidt zich van een bipolaire-II-stoornis door het klinisch oordeel dat een middel (bijvoorbeeld een stimulantium of fencyclidine) of medicatie (zoals steroïden) etiologisch samenhangt met de hypomanische en depressieve episoden. Omdat mensen met een manische episode geneigd zijn tijdens een episode overmatig middelen te gebruiken, is het van belang om vast te stellen of het middelengebruik een gevolg is van een primaire hypomanische episode of dat de hy­po­ma­nie­ach­ti­ge episode veroorzaakt is door het middelengebruik. In sommige gevallen kan het voor een definitieve classificatie nodig zijn om vast te stellen dat de hypomanische of depressieve symptomen blijven bestaan als de betrokkene het middel niet meer gebruikt. Merk op dat hypomanische episoden die ontstaan in de context van behandeling met een antidepressivum, maar die volledig syndromaal blijven bestaan na uitwerking van de medicatie, de classificatie bipolaire-II-stoornis rechtvaardigen, in plaats van de classificatie bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een middel/medicatie.

Aan­dachts­de­fi­ci­ën­tie-/hy­per­ac­ti­vi­teits­stoor­nis Een aan­dachts­de­fi­ci­ën­tie-/hy­per­ac­ti­vi­teits­stoor­nis (ADHD) kan vooral bij adolescenten en kinderen foutief worden geclassificeerd als een bipolaire-II-stoornis. Veel symptomen van ADHD overlappen met de symptomen van hypomanie, zoals overmatig praten, verhoogde afleidbaarheid en een verminderde slaapbehoefte. Het dubbel tellen van symptomen die zowel tot de classificatie ADHD als bipolaire-II-stoornis kunnen leiden, kan worden vermeden als de clinicus verduidelijkt of de symptomen bij een goed waarneembare episode horen en of er sprake is van de opvallende toename ten opzichte van het normale gedrag (uitgangswaarde) die is vereist voor de classificatie bipolaire-II-stoornis.

Per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen Dezelfde regel als bij ADHD geldt ook bij de afweging of iemand voldoet aan een per­soon­lijk­heids­stoor­nis zoals de borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis, aangezien stem­mingsla­bi­li­teit en impulsiviteit zowel bij per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen als bij de bipolaire-II-stoornis veelvuldig voorkomen. De symptomen moeten zich in een afzonderlijk te onderscheiden episode voordoen en duidelijk zijn toegenomen ten opzichte van de uitgangswaarde, zoals is vereist voor een bipolaire stoornis. De classificatie per­soon­lijk­heids­stoor­nis mag niet worden toegekend tijdens een onbehandelde stem­mingsepi­so­de, tenzij de so­ci­o­bi­o­gra­fi­sche anamnese de aanwezigheid van een per­soon­lijk­heids­stoor­nis ondersteunt.

Andere bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de bipolaire-II-stoornis en de bipolaire-I-stoornis door zorgvuldig na te gaan of op enig moment sprake is geweest van een manische episode, en tussen andere gespecificeerde en on­ge­spe­ci­fi­ceer­de bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen door te controleren of volledig aan de criteria voor hypomanie en depressiviteit is voldaan.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.