Genetica en fysiologie Het risico op de bipolaire-II-stoornis is doorgaans hoger voor familieleden van mensen met een bipolaire-II-stoornis dan voor mensen met een bipolaire-I-stoornis of een depressieve stoornis. Ongeveer een derde van de mensen met een bipolaire-II-stoornis maakt melding van een bipolaire stoornis in de familiegeschiedenis. De beginleeftijd van bipolaire stoornissen wordt mogelijk bepaald door genetische factoren. Er zijn ook aanwijzingen dat de bipolaire-II-stoornis een genetische achtergrond kan hebben die ten minste gedeeltelijk verschilt van die van de bipolaire-I-stoornis en schizofrenie.
Factoren die het beloop beïnvloeden Een patroon met rapid cycling kent doorgaans een slechtere prognose. Voor mensen met een bipolaire-II-stoornis wordt de terugkeer naar een vroeger niveau van sociaal functioneren vaker gehaald op jongere leeftijd en wanneer er minder ernstige depressieve symptomen zijn, wat doet vermoeden dat langdurige ziekte een nadelige invloed heeft op het herstel. Meer opleiding, minder ziektejaren en getrouwd zijn hebben onafhankelijk van elkaar invloed op het functionele herstel van mensen met een bipolaire stoornis, ongeacht het type (I of II), de huidige depressieve symptomen en de aanwezigheid van bijkomende psychische ziekten.