Bipolaire-stemmingsstoornis door een somatische aandoening
Heeft als vereiste de aanwezigheid van een etiologische somatische aandoening. De classificatie bipolaire-II-stoornis wordt niet toegekend als de stemmingsepisoden volledig het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een somatische aandoening.
Bipolaire-stemmings-stoornis door een middel/medicatie
Heeft als kenmerk hypomanische of depressieve episoden die het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een middel (of medicatie). Een volledige hypomanische episode die ontstaat tijdens een behandeling met antidepressiva (bijvoorbeeld selectieve serotonineheropnameremmers) maar die volledig aanwezig blijft nadat de fysiologische effecten van de behandeling zijn uitgewerkt, voldoet aan de criteria voor een hypomanische episode en daarmee potentieel ook aan die voor een bipolaire-II-stoornis, indien er daarnaast depressieve episoden in de voorgeschiedenis zijn.
Depressieve stoornis
Heeft als kenmerk de afwezigheid van zowel manische als hypomanische episoden. Aangezien de aanwezigheid van enkele manische symptomen (d.w.z. minder symptomen, of symptomen die korter aanwezig zijn dan is vereist voor een manische of hypomanische episode) de classificatie depressieve stoornis niet hoeft uit te sluiten (die in dat geval de specificatie ‘met gemengde kenmerken’ zou krijgen) is het belangrijk om na te gaan of de symptomen voldoen aan de criteria voor een hypomanische episode, en daarmee te kunnen bepalen of een bipolaire-II-stoornis wellicht passender is.
Bipolaire-I-stoornis
Heeft als kenmerk de aanwezigheid van minstens één manische episode. De classificatie bipolaire-II-stoornis kan niet worden toegekend als ooit aan de criteria voor een bipolaire-I-stoornis is voldaan.
Cyclothyme stoornis
Heeft als kenmerk talrijke perioden met manische symptomen die niet voldoen aan de criteria voor een manische of hypomanische episode, en perioden met depressieve symptomen die niet voldoen aan de criteria voor een depressieve episode. Bovendien mag voor de classificatie cyclothyme stoornis nooit aan de criteria voor één van deze stemmingsepisoden zijn voldaan.
Schizofrenie
Heeft als kenmerk psychosesymptomen in de actieve fase die gepaard kunnen gaan met depressieve episoden. De classificatie wordt schizofrenie als er tijdens de actieve-fasesymptomen geen sprake is geweest van een depressieve episode; of als er wel gelijktijdig een depressieve episode optrad, maar deze slechts een relatief korte tijd aanwezig was. De classificatie wordt ‘bipolaire-II-stoornis met psychotische kenmerken’ als de psychosesymptomen uitsluitend tijdens de depressieve episoden voorkomen.
Schizoaffectieve stoornis
Heeft als kenmerk perioden waarin depressieve episoden gelijktijdig met de actieve-fasesymptomen van schizofrenie voorkomen, perioden waarin gedurende minstens 2 weken sprake is van wanen of hallucinaties in afwezigheid van een manische of depressieve episode, en perioden waarin gedurende het grootste deel van de totale duur van de ziekte depressieve episoden aanwezig zijn. De classificatie wordt ‘bipolaire-II-stoornis met psychotische kenmerken’ als de psychosesymptomen uitsluitend tijdens de depressieve episoden voorkomen.
Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis
Heeft als kenmerk persisterende symptomen van onoplettendheid, hyperactiviteit en impulsiviteit, die kunnen lijken op een hypomanische episode (bijvoorbeeld verhoogde afleidbaarheid, toegenomen activiteit, impulsief gedrag) en voor de leeftijd van 12 jaar beginnen. Daarentegen komen de manische symptomen bij een bipolaire-II-stoornis in afzonderlijke episoden voor en ze beginnen doorgaans in de late adolescentie of op jongvolwassen leeftijd.
Disruptieve stemmings-disregulatiestoornis
Heeft als kenmerk ernstige, recidiverende woede-uitbarstingen die zich verbaal en/of in het gedrag manifesteren, en die tussen de uitbarstingen door, gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag, gepaard gaan met een persisterend prikkelbare of boze stemming. De prikkelbaarheid bij een bipolaire-II-stoornis treedt daarentegen in afzonderlijke episoden op, die minstens 4 dagen duren, duidelijk afwijken van wat voor de betrokkene normaal is (uitgangswaarde) en gepaard gaan met de kenmerkende bijkomende manische symptomen (bijvoorbeeld grandiositeit, verminderde slaapbehoefte).
Persoonlijkheidsstoornissen (vooral de borderline-persoonlijkheidsstoornis)
Hebben als mogelijk kenmerk symptomen als een stemmingslabiliteit en impulsiviteit, die persisterend zijn en op jongvolwassen leeftijd beginnen. De stemmingssymptomen bij de bipolaire-II-stoornis treden daarentegen in afzonderlijke episoden op en verschillen dan merkbaar van het normale functioneren (uitgangswaarde) van de betrokkene.