Er bestaan geen grootschalige bevolkingsonderzoeken naar genderdysforie. Op basis van aantallen mensen die een geslachtsaanpassende behandeling zoeken, wordt de prevalentie van genderdysforie in verschillende populaties geschat op minder dan 1 per 1000 (dat wil zeggen < 0,1%). Deze schatting geldt voor zowel mensen met het mannelijke geboortegeslacht als mensen met het vrouwelijke geboortegeslacht. Omdat veel volwassenen met genderdysforie zich niet voor behandeling melden bij een gespecialiseerde kliniek, zijn de prevalentiecijfers waarschijnlijk onderschattingen. Prevalentieschattingen in steekproeven uit de algemene bevolking op basis van zelfrapportagevragenlijsten in de Verenigde Staten en Europa wijzen op hogere aantallen, hoewel door de verschillende beoordelingsmethoden een vergelijking tussen de onderzoeken lastig is. Van de betrokkenen identificeert 0,5 tot 0,6% zichzelf als transgender; ervaart 0,6 tot 1,1% een incongruente genderidentiteit bij zichzelf; heeft 2,1 tot 2,6% het gevoel dat men van een ander geslacht is; en heeft 0,2 tot 0,6% de wens om een medische behandeling te ondergaan.