De specifieke leerstoornis komt voor in alle talen, etnische groepen en culturele en so­ci­aal­eco­no­mi­sche contexten, maar de uitingsvorm kan verschillen afhankelijk van de aard van de gesproken en geschreven symboolsystemen, en culturele en on­der­wijs­kun­di­ge gebruiken. De cognitieve ver­wer­kings­pro­ces­sen die betrokken zijn bij het lezen en gebruiken van getallen, variëren bijvoorbeeld sterk per spellingsysteem. In talen waar de overeenkomst tussen letters en klanken niet groot is, zoals het Engels, is onnauwkeurig en langzaam lezen van afzonderlijke woorden het duidelijkst waarneembare symptoom van moeite met leren lezen; in alfabetische talen die een directere overeenkomst hebben tussen klanken en letters (zoals Spaans, Duits, Nederlands) en in ideografische talen (zoals Chinees, Japans) is het belangrijkste kenmerk langzaam maar accuraat lezen. Bij mensen van wie Nederlands niet de moedertaal is, moet gekeken worden of de oorsprong van de lees­moei­lijk­he­den te maken heeft met een beperkte vaardigheid in de Nederlandse taal of met een specifieke leerstoornis.

Risicofactoren voor de specifieke leerstoornis zijn onder andere een familieanamnese van specifieke leerstoornissen of een taalachterstand in de moedertaal, naast leer­moei­lijk­he­den en deficiënties in het fonologische geheugen en een onvermogen om de achterstand op leeftijdgenoten in te lopen. Wanneer er een vermoeden bestaat van culturele of taalverschillen (zoals bij iemand die het Nederlands als tweede taal leert en zich in die taal nog niet volledig kan uitdrukken), moet rekening worden gehouden met de vaardigheid in de eerste of moedertaal én met die in de tweede taal (in dit voorbeeld het Nederlands). Belangrijke informatie hierbij is dat kinderen die thuis een taal spreken met een andere fonologie dan de taal op school, geen grotere kans hebben op fonologische deficiënties dan leeftijdgenoten die thuis en op school dezelfde taal spreken. Comorbide moeilijkheden met het lezen kunnen tussen talen wel verschillen; zo komen problemen met lezen bij Chinees lezende kinderen met een co­ör­di­na­tie­ont­wik­ke­lings­stoor­nis in Taiwan minder vaak voor dan bij kinderen in Engelssprekende landen, mogelijk omdat de talen een verschillend schriftsysteem hebben (logografisch versus alfabetisch). Een beoordeling moet ook rekening houden met de linguïstische en culturele context waarin de betrokkene verkeert, en eveneens met zijn of haar onderwijs- en leerervaring in de oorspronkelijke taal en cultuur. Risicofactoren voor leerproblemen bij vluchtelingen- of mi­gran­ten­kin­de­ren zijn stereotypering door de leerkracht, lage verwachtingen van de leerkracht, pesten, discriminatie op grond van etniciteit of huidskleur, misverstanden bij de ouders over de onderwijsstijl en -verwachtingen, psychotrauma en post­mi­gra­tie­stres­so­ren.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.