Normale variaties in de verwerving van schoolse vaardigheden De specifieke leerstoornis wordt onderscheiden van normale variaties in de verwerving van schoolse vaardigheden die zijn toe te schrijven aan externe factoren (zoals een gebrek aan on­der­wijs­mo­ge­lijk­he­den, structureel slecht onderwijs, het leren van een tweede taal), doordat de leer­moei­lijk­he­den aanhouden terwijl er sprake is van goede on­der­wijs­mo­ge­lijk­he­den en blootstelling aan hetzelfde onderricht als leeftijdgenoten, en de betrokkene de taal waarin het onderricht plaatsvindt goed beheerst, zelfs als het om een andere taal gaat dan de primair gesproken taal.

Verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis (verstandelijke beperking) De specifieke leerstoornis verschilt van de algemene leer­moei­lijk­he­den die met de verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis gepaard gaan doordat de leer­moei­lijk­he­den zich voordoen terwijl de betrokkene op andere vlakken normaal intellectueel functioneert (een IQ heeft van minstens 70 ± 5). Als er sprake is van een verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis, kan de classificatie specifieke leerstoornis alleen worden toegekend als de leer­moei­lijk­he­den ernstiger zijn dan de leer­moei­lijk­he­den die gewoonlijk met de verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis samenhangen.

Leer­moei­lijk­he­den door neurologische of zintuiglijke stoornissen De specifieke leerstoornis wordt onderscheiden van leer­moei­lijk­he­den door neurologische of zintuiglijke stoornissen (zoals een beroerte in de kindertijd, een gehoorstoornis, een visusstoornis) doordat er in deze gevallen sprake is van abnormale bevindingen bij neurologisch onderzoek.

Neurocognitieve stoornissen De specifieke leerstoornis wordt onderscheiden van leerproblemen die samenhangen met neu­ro­de­ge­ne­ra­tie­ve cognitieve stoornissen, doordat het klinische beeld van specifieke leer­moei­lijk­he­den bij de specifieke leerstoornis zich gedurende de kindertijd voordoet; dit wordt soms pas duidelijk als de leereisen zijn toegenomen en de beperkte capaciteiten van de persoon te boven gaan (zoals dat ook op volwassen leeftijd kan gebeuren) en de moeilijkheden zich niet manifesteren als een opvallende achteruitgang ten opzichte van een eerdere toestand.

Aan­dachts­de­fi­ci­ën­tie-/hy­per­ac­ti­vi­teits­stoor­nis De specifieke leerstoornis wordt onderscheiden van de slechte school­re­sul­ta­ten die samenhangen met ADHD doordat de problemen bij de laatste aandoening niet nood­za­ke­lij­ker­wijs moeilijkheden met het leren van elementaire schoolse vaardigheden weerspiegelen, maar vaker moeilijkheden betreffen met het uitvoeren van die vaardigheden. De specifieke leerstoornis gaat echter vaker samen met ADHD dan op grond van het toeval verwacht mag worden. Als aan de criteria voor beide stoornissen wordt voldaan, kunnen beide classificaties worden toegekend.

Psychotische stoornissen De specifieke leerstoornis wordt onderscheiden van de moeilijkheden met elementaire schoolse vaardigheden en cognitieve ver­wer­kings­pro­ces­sen die samenhangen met schizofrenie of overige psychotische stoornissen doordat er bij deze stoornissen sprake is van een (vaak snelle) achteruitgang op deze functionele gebieden. De deficiënties in de leesvaardigheid zijn echter ernstiger bij een specifieke leerstoornis dan wat op grond van de algemene cognitieve beperkingen die met schizofrenie gepaard gaan zou worden voorspeld. Als aan de criteria voor beide stoornissen wordt voldaan, kunnen beide classificaties worden toegekend.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.