Onderscheid met de specifieke leerstoornis
Hebben geen klinisch significante negatieve gevolgen voor de school­re­sul­ta­ten, het beroepsmatige functioneren of activiteiten van het dagelijkse leven waarvoor deze schoolse vaardigheden zijn vereist; de betreffende schoolse vaardigheden zijn niet substantieel en kwan­ti­fi­ceer­baar lager dan wat gezien de leeftijd van de betrokkene kan worden verwacht (op basis van geëigende ge­stan­daar­di­seer­de metingen); of de problemen nemen na het aanbieden van gerichte interventies weer af.
Zijn factoren die buiten de betrokkene liggen, en duiden dus niet op intern disfunctioneren. De classificatie specifieke leerstoornis is gerechtvaardigd wanneer de leerproblemen aanhouden, ondanks dat er voldoende onderwijskansen zijn, iemand dezelfde instructie krijgt als zijn of haar klasgenoten en hij of zij de voertaal in het onderwijs beheerst.
Bevinden zich op het niveau dat gezien de aard van de zintuiglijke of neurologische aandoening kan worden verwacht. De classificatie specifieke leerstoornis kan desondanks worden toegekend wanneer de leerproblemen niet afdoende door de zintuiglijke of neurologische aandoening kunnen worden verklaard.
Kent algehele beperkingen in het verstandelijke functioneren die zich niet tot een specifieke schoolse vaardigheid beperken. De specifieke leerstoornis kan tegelijk met een verstandelijke beperking worden geclassificeerd zolang de leerproblemen ernstiger zijn dan die doorgaans met de verstandelijke beperking gepaard gaan.
Kent aanhoudende tekortkomingen in de sociale communicatie en de sociale interactie, samenhangend met beperkte repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten; deze tekortkomingen beperken zich niet tot een specifieke schoolse vaardigheid.
Kennen beperkingen in de spreek- of taalvaardigheid die zich niet tot een specifieke schoolse vaardigheid, zoals lezen of schrijven, beperken.
Bij een uitgebreide neurocognitieve stoornis manifesteren de problemen zich als een opvallende achteruitgang ten opzichte van het eerdere functioneren, terwijl bij de specifieke leerstoornis de problemen tijdens de gehele ont­wik­ke­lings­pe­ri­o­de optreden en er geen sprake is van een achteruitgang ten opzichte van eerder verworven vaardigheden.
Heeft als kenmerk problemen die wijzen op moeite met de schoolse vaardigheden als gevolg van onoplettendheid, hyperactiviteit en/of impulsiviteit, en niet zozeer een specifiek probleem bij het verwerven van schoolse vaardigheden.
Kent vaak een sterke achteruitgang van het schoolse functioneren door de bijkomende leer- en cognitieve ver­wer­kings­pro­ble­men die tijdens de adolescentie of op jongvolwassen leeftijd beginnen, terwijl de leerproblemen van de specifieke leerstoornis tijdens de ba­sis­school­ja­ren aan het licht komen, wanneer kinderen moeten leren lezen, spellen, schrijven en rekenen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.