In de Verenigde Staten bedraagt de 12-maand­spre­va­len­tie van de ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis in de bevolking als geheel 0,9% voor adolescenten en 2,9% voor volwassenen. Wereldwijd is de 12-maand­spre­va­len­tie van deze classificatie 1,3%, variërend van 0,2 tot 4,3%. Het levenslange risico op de ziekte bedraagt 9,0% in de Verenigde Staten. Vrouwen en meisjes in de adolescentie hebben twee keer zo veel kans op het ontwikkelen van een ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis als mannen en jongens in de adolescentie. De 12-maand­spre­va­len­tie voor oudere volwassenen, inclusief de leeftijdsgroep van 75 jaar en ouder, varieert in de Verenigde Staten, Israël en Europese landen tussen 2,8 en 3,1%.

Mensen met een Europese afkomst hebben vaker symptomen van de ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis dan mensen met een Aziatische of Afrikaanse afkomst. Verder beschrijven mensen uit hoge-inkomenslanden vaker dan mensen uit la­ge­in­ko­mens­lan­den op enig moment in hun leven symptomen die voldoen aan de criteria voor de ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.