Angststoornis door een somatische aandoening De classificatie angststoornis door een somatische aandoening is van toepassing als op grond van de anamnese, laboratoriumuitslagen of lichamelijk onderzoek wordt geoordeeld dat de angst en bezorgdheid van de betrokkene een fysiologisch effect zijn van een specifieke somatische aandoening (zoals feochromocytoom, hyperthyreoïdie).
Angststoornis door een middel/medicatie De angststoornis door een middel/medicatie onderscheidt zich van de gegeneraliseerde-angststoornis door het feit dat een bepaald (genees)middel (zoals bij drugsmisbruik, blootstelling aan een toxine) als oorzaak van de angst wordt beschouwd. Stel bijvoorbeeld dat er sprake is van ernstige angst in de context van een hoge koffieconsumptie: dan wordt de stoornis geclassificeerd als angststoornis door cafeïne.
Sociale-angststoornis Mensen met een sociale-angststoornis hebben vaak anticipatieangst gericht op naderende sociale situaties waarin zij moeten presteren of door anderen worden beoordeeld, terwijl mensen met een gegeneraliseerde-angststoornis zich sowieso zorgen maken, of ze nu wel of niet worden beoordeeld.
Separatieangststoornis Mensen met een separatieangststoornis maken zich extreem veel zorgen over het gescheiden worden van hechtingspersonen, terwijl mensen met een gegeneraliseerde-angststoornis weliswaar bezorgd kunnen zijn over gescheiden worden, maar daarnaast ook extreme bezorgdheid over andere zaken vertonen.
Paniekstoornis Paniekaanvallen naar aanleiding van bezorgdheid in de context van een gegeneraliseerde-angststoornis komen niet in aanmerking voor een classificatie paniekstoornis. Als de betrokkene daarnaast echter onverwachte paniekaanvallen heeft en aanhoudend bezorgd is over de aanvallen of hierdoor veranderingen in het gedrag vertoont, dient een extra classificatie paniekstoornis te worden overwogen.
Ziekteangststoornis en somatisch-symptoomstoornis Mensen met een gegeneraliseerde-angststoornis maken zich over meerdere gebeurtenissen, situaties of activiteiten zorgen; de gezondheid is slechts één mogelijk onderwerp van zorg. Als de enige zorg van de betrokkene zijn of haar eigen ziekte betreft, dan is een classificatie ziekteangststoornis op zijn plaats. Bezorgdheid over somatische symptomen is kenmerkend voor de somatisch-symptoomstoornis.
Obsessieve-compulsieve stoornis Diverse kenmerken onderscheiden de overmatige bezorgdheid bij de gegeneraliseerde-angststoornis van de obsessieve gedachten bij de obsessieve-compulsieve stoornis. Bij de gegeneraliseerde-angststoornis richt de bezorgdheid zich op naderende problemen en is het de overmatigheid van de bezorgdheid over de toekomstige gebeurtenissen die abnormaal is. Bij de obsessievecompulsieve stoornis zijn de obsessies ongepaste ideeën die de vorm aannemen van intrusieve en ongewenste gedachten, neigingen of voorstellingen.
Posttraumatische-stressstoornis en aanpassingsstoornissen Een posttraumatische-stressstoornis zonder angst komt niet voor. De classificatie gegeneraliseerdeangststoornis is niet van toepassing als de angst en bezorgdheid beter worden verklaard door de symptomen van de posttraumatische-stressstoornis. Ook bij de aanpassingsstoornissen kan angst zich manifesteren, maar deze restcategorie dient alleen te worden gebruikt als niet wordt voldaan aan de criteria voor een van de andere psychische stoornissen (zoals de gegeneraliseerde-angststoornis). Bij aanpassingsstoornissen treedt de angst bovendien op als een respons op een benoembare stressor, binnen drie maanden na het intreden van de stressor, en houdt deze niet langer aan dan tot zes maanden na het verdwijnen van de stressor en de gevolgen daarvan.
Depressieve- en bipolaire-stemmingsstoornissen en psychotische stoornissen Ondanks dat gegeneraliseerde angst of bezorgdheid een algemeen voorkomend kenmerk van depressieve- en bipolaire-stemmingsstoornissen en psychotische stoornissen is, mag de gegeneraliseerde-angststoornis als comorbide stoornis worden geclassificeerd als de ernst van de angst of bezorgdheid klinische aandacht vereist.