Veel mensen met een gegeneraliseerde-angststoornis beschrijven dat zij zich al hun hele leven angstig en nerveus voelen. De gemiddelde beginleeftijd voor de gegeneraliseerde-angststoornis bedraagt in Noord-Amerika 35 jaar. Dit is later dan die voor de andere angststoornissen. De stoornis ontstaat zelden voor de adolescentie. De beginleeftijd vertoont echter een grote variatie en is in lage-inkomenslanden wereldwijd doorgaans hoger. De symptomen van overmatige bezorgdheid en angst kunnen al op jonge leeftijd aanwezig zijn, maar manifesteren zich dan als een angstig temperament. Symptomen van de gegeneraliseerde-angststoornis zijn doorgaans chronisch en kunnen in de loop van iemands leven toe- of afnemen, en afwisselend een syndromale dan wel subsyndromale vorm aannemen. Het beloop is meer persisterend in de lage-inkomenslanden, maar in hoge-inkomenslanden worden doorgaans meer beperkingen ervaren. De percentages met volledige remissie zijn zeer laag. Hoe eerder de symptomen ontstaan die voldoen aan de criteria voor een gegeneraliseerde-angststoornis, hoe hoger de kans op comorbiditeiten en beperkingen. Jongvolwassenen ervaren ernstiger klachten dan oudere volwassenen.
Het klinische beeld van de gegeneraliseerde-angststoornis verandert weinig in de verschillende levensfasen. De voornaamste verschillen tussen de leeftijdsgroepen betreffen de inhoud van datgene waarover men zich zorgen maakt. De inhoud van datgene waarover iemand zich zorgen maakt, past dus meestal bij de leeftijd van de betrokkene.
Bij kinderen en adolescenten met een gegeneraliseerde-angststoornis hebben de angsten en zorgen vaak betrekking op de kwaliteit van hun prestaties of competentie op school of tijdens sportevenementen, ook als die prestaties niet door anderen worden beoordeeld. Zij kunnen zich overmatig zorgen maken over punctualiteit. Verder kunnen ze zich zorgen maken over rampen zoals een aardbeving of een atoomoorlog. Kinderen met de stoornis kunnen overmatig braaf, perfectionistisch en onzeker over zichzelf zijn, en ze kunnen de neiging hebben taken over te doen vanwege een overmatige ontevredenheid met een minder dan perfecte prestatie. Verder is het kenmerkend voor deze kinderen dat ze vaak erg gretig op zoek zijn naar geruststelling en goedkeuring, en overmatig geruststelling nodig hebben over hun prestaties en andere zaken waarover ze zich zorgen maken.
Bij ouderen kan een beginnende chronische lichamelijke ziekte een belangrijk onderwerp zijn waarover excessieve bezorgdheid kan ontstaan. Bij kwetsbare ouderen kan bezorgdheid over de veiligheid — vooral over vallen — ertoe leiden dat zij hun activiteiten beperken.