Mensen van wie het beeld voldoet aan de criteria voor de gegeneraliseerde-angststoornis hebben in het verleden vaak voldaan aan de criteria voor andere angst- en depressieve-stemmingsstoornissen, of voldoen hier nog steeds aan. De negatieve affectiviteit (neuroticisme) of de emotionele kwetsbaarheid die ten grondslag ligt aan dit patroon van comorbiditeit, hangt samen met de antecedenten in het temperament en de genetische en omgevingsrisicofactoren die deze stoornissen met elkaar gemeen hebben, wat niet betekent dat de stoornissen zich niet onafhankelijk van elkaar kunnen ontwikkelen. Comorbiditeit met stoornissen in het gebruik van een middel, de normoverschrijdend-gedragsstoornis, psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en neurocognitieve stoornissen komt minder voor.