F41.1
CLASSIFICATIECRITERIA
AExcessieve angst en bezorgdheid (bange voorgevoelens) die gedurende minstens zes maanden vaker wel dan niet aanwezig zijn, en betrekking hebben op een aantal gebeurtenissen of activiteiten (zoals de prestaties op het werk of op school).
De gegeneraliseerde-angststoornis is niet hetzelfde als normale bezorgdheid, en deze criteria zijn bedoeld om de twee van elkaar te onderscheiden. Om aan de criteria te voldoen, moet de bezorgdheid als excessief gezien worden. Een bepaling van de intensiteit, frequentie en focus van de zorgen geeft aanwijzingen over de vraag of de angst overmatig is. Het minimale duurvereiste van zes maanden is hoog genoeg om de gegeneraliseerde-angststoornis te onderscheiden van episodische of kortstondige gebeurtenissen die bezorgdheid teweegbrengen. Bovendien moet de betrokkene het moeilijk vinden om de bezorgdheid onder controle te houden.
BDe betrokkene vindt het moeilijk om de bezorgdheid onder controle te houden.
De gegeneraliseerde-angststoornis is niet hetzelfde als normale bezorgdheid, en deze criteria zijn bedoeld om de twee van elkaar te onderscheiden. Om aan de criteria te voldoen, moet de bezorgdheid als excessief gezien worden. Een bepaling van de intensiteit, frequentie en focus van de zorgen geeft aanwijzingen over de vraag of de angst overmatig is. Het minimale duurvereiste van zes maanden is hoog genoeg om de gegeneraliseerde-angststoornis te onderscheiden van episodische of kortstondige gebeurtenissen die bezorgdheid teweegbrengen. Bovendien moet de betrokkene het moeilijk vinden om de bezorgdheid onder controle te houden.
CDe angst en bezorgdheid gaan gepaard met drie (of meer) van de volgende zes symptomen (waarbij minstens enkele symptomen de afgelopen zes maanden meer dagen wel dan niet aanwezig zijn geweest):
NB Voor kinderen is slechts één van de volgende symptomen vereist.
1Rusteloosheid; opgedraaid of gespannen gevoel.
2Snel vermoeid raken.
3Moeite met zich concentreren, of ergens niet op kunnen komen.
4Prikkelbaarheid.
5Spierspanning.
6Slaapstoornis (moeite met in slaap komen of doorslapen, of een onrustige slaap met het gevoel niet uitgerust te zijn).
Dit criterium omvat zowel somatische als cognitieve aspecten van de gegeneraliseerde-angststoornis. Het vereiste van drie of meer symptomen voor volwassenen en één voor kinderen is gelijk aan dat in de DSM-IV.
DDe angst, de bezorgdheid of de lichamelijke klachten veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
Dit criterium biedt een drempel voor het pathologiseren van normale bezorgdheid. Het vereiste dat de bezorgdheid significante lijdensdruk of beperkingen veroorzaakt, moet ervoor zorgen dat iemand deze classificatie pas toegekend krijgt wanneer de bezorgdheid ernstig is.
EDe stoornis kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (een drug of medicatie) of aan een somatische aandoening (zoals hyperthyreoïdie).
Angst is een frequent symptoom van druggebruik en van verschillende somatische aandoeningen, die derhalve moeten worden uitgesloten. Angst of bezorgdheid is ook een bepalend of bijkomend kenmerk van veel andere psychische stoornissen. Criterium F geeft voorbeelden van de zorgen die samenhangen met andere classificaties, waarmee de classificatie van de gegeneraliseerde-angststoornis voorbehouden blijft aan die vormen van bezorgdheid die niet gedekt worden door andere stoornissen. Een bijkomende classificatie gegeneraliseerde-angststoornis kan echter passend zijn wanneer de bezorgdheid groter is dan de specifieke symptomen van een andere stoornis.
FDe stoornis kan niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis (zoals angst of bezorgdheid over het krijgen van paniekaanvallen bij de paniekstoornis; een negatieve beoordeling bij de sociale-angststoornis; besmetting of andere obsessies bij de obsessieve-compulsieve stoornis; een scheiding van hechtingspersonen bij de separatieangststoornis; herinneringen aan psychotraumatische ervaringen bij de posttraumatische-stressstoornis; gewichtstoename bij anorexia nervosa; lichamelijke klachten bij de somatisch-symptoomstoornis; het hebben van een ernstige ziekte bij de ziekteangststoornis; of waandenkbeelden bij schizofrenie of de waanstoornis).
Angst is een frequent symptoom van druggebruik en van verschillende somatische aandoeningen, die derhalve moeten worden uitgesloten. Angst of bezorgdheid is ook een bepalend of bijkomend kenmerk van veel andere psychische stoornissen. Criterium F geeft voorbeelden van de zorgen die samenhangen met andere classificaties, waarmee de classificatie van de gegeneraliseerde-angststoornis voorbehouden blijft aan die vormen van bezorgdheid die niet gedekt worden door andere stoornissen. Een bijkomende classificatie gegeneraliseerde-angststoornis kan echter passend zijn wanneer de bezorgdheid groter is dan de specifieke symptomen van een andere stoornis.