Binnen de ggz wordt de ge­ge­ne­ra­li­seer­de­angst­stoor­nis iets vaker vastgesteld bij vrouwen dan bij mannen (ongeveer 55–60% van de personen met de stoornis is vrouw). In epidemiologisch onderzoek is ongeveer twee derde vrouw. Vrouwen en mannen met een ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis lijken vergelijkbare symptomen te hebben, maar vertonen verschillende patronen van comorbiditeit, overeenkomstig de gen­der­ver­schil­len in de prevalentie van stoornissen. Bij vrouwen beperkt de comorbiditeit zich voornamelijk tot angst­stoor­nis­sen en depressieve-stem­mings­stoor­nis­sen, bij mannen is daarnaast vaker ook sprake van stoornissen in het gebruik van een middel.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.