In de literatuur worden veel somatische en psychische aandoeningen beschreven die samen met ticstoornissen kunnen optreden, waarbij vooral ADHD, de normoverschrijdend-gedragsstoornis en obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen vaak voorkomen. Kinderen met ADHD kunnen disruptief gedrag, sociaal onvolwassen gedrag en leerproblemen vertonen, die een belemmering kunnen vormen voor de studievorderingen en interpersoonlijke relaties, en tot grotere beperkingen kunnen leiden dan die door een ticstoornis worden veroorzaakt. De obsessieve-compulsieve symptomen die bij een ticstoornis voorkomen beginnen meestal op jonge leeftijd en worden vaak gekenmerkt door een behoefte aan symmetrie en precisie en/of door verboden of taboegedachten (bijvoorbeeld agressieve, seksuele of religieuze dwanggedachten en gerelateerde dwanghandelingen). Mensen met een ticstoornis kunnen ook andere bewegingsstoornissen hebben (zoals sydenhamchorea, stereotiepe-bewegingsstoornis), alsmede andere neurobiologische en psychische aandoeningen, zoals de autismespectrumstoornis en de specifieke leerstoornis. Zoals eerder vermeld, hebben tieners en volwassenen met een ticstoornis een verhoogd risico op het ontwikkelen van een stemmingsstoornis, angststoornis of stoornis in het gebruik van een middel.