Ticstoornissen lijken niet te variëren wat betreft klinische kenmerken, beloop of etiologie als het gaat om etnische, geracialiseerde en culturele achtergrond, maar deze achtergrond kan wel invloed hebben op de manier waarop ticstoornissen worden geïnterpreteerd en op de wijze waarop het gezin en de gemeenschap ermee omgaan. Zo was de gewenste sociale afstand ten opzichte van mensen met een ticstoornis (bijvoorbeeld tijdens werk of studie) in Koreaanse steekproeven groter dan in de Amerikaanse onderzoeken. Ook kan de achtergrond van mensen hun hulpzoekgedrag en behandelkeuzen beïnvloeden, bijvoorbeeld de leeftijd waarop zij zich voor het eerst melden bij een specialist.