Ticstoornissen omvatten vijf diagnostische categorieën: de stoornis van Gilles de la Tourette, de persisterende (chronische) motorische- of vocale-ticstoornis, de voorlopige ticstoornis en de andere gespecificeerde en on­ge­spe­ci­fi­ceer­de ticstoornissen. De classificatie van elke specifieke ticstoornis is gebaseerd op de aanwezigheid van motorische en/of vocale tics (criterium A), de duur van de tics (criterium B), de beginleeftijd (criterium C) en de afwezigheid van een bekende oorzaak, zoals een somatische aandoening of middelengebruik (criterium D). De classificaties van de ticstoornissen zijn hiërarchisch geordend (de stoornis van Gilles de la Tourette, gevolgd door de persisterende (chronische) motorische- of vocale-ticstoornis, gevolgd door de voorlopige ticstoornis, gevolgd door de andere gespecificeerde en on­ge­spe­ci­fi­ceer­de ticstoornissen). Op het moment dat er een classificatie ticstoornis op een bepaald niveau van de hiërarchie is toegekend, kan er geen classificatie op een lager niveau worden toegekend (criterium E).

Tics zijn in de regel plotseling optredende, snelle, herhaalde, niet-ritmische motorische bewegingen of vocalisaties. Sommige motorische tics kunnen bestaan uit langzame, draaiende of verkrampende bewegingen die gedurende een wisselende tijd optreden. Een betrokkene kan in de loop van de tijd verschillende tics hebben, maar op enig moment kan het ticrepertoire zich op een karakteristieke wijze gaan herhalen. Hoewel tics bijna alle spiergroepen of vocalisaties kunnen betreffen, komen sommige tics, zoals oogknipperen of het schrapen van de keel, bij de verschillende pa­ti­ën­ten­po­pu­la­ties veel voor. Vaak ervaren mensen voorafgaand aan een tic een lokale onaangename sensatie (aankondigende gewaarwording), en de meeste mensen ervaren een ‘ticdrang’. Als gevolg daarvan worden tics meestal als onwillekeurig ervaren, maar sommige tics kunnen gedurende in lengte variërende perioden bewust worden onderdrukt.

Expliciet over tics praten kan als trigger fungeren. Op dezelfde manier kan een gebaar of geluid van iemand anders er bij een persoon met een ticstoornis toe leiden dat hij of zij een vergelijkbaar gebaar of geluid gaat maken, wat door anderen onterecht kan worden opgevat als iets wat de persoon opzettelijk doet. Dit kan vooral problemen opleveren als de betrokkene te maken heeft met gezagsdragers die te weinig van ticstoornissen weten (zoals leerkrachten, begeleiders of politiemensen).

Tics zijn volgens de klassieke indeling ofwel eenvoudig of complex. Eenvoudige motorische tics worden gekenmerkt door een beperkte betrokkenheid van specifieke spiergroepen, zijn vaak van korte duur en bestaan bijvoorbeeld uit oogknipperen, grimasseren, het optrekken van de schouders en het strekken van de ledematen. Eenvoudige vocale tics zijn onder andere het schrapen van de keel, snuiven, tsjirpen, blaffen of grommen, wat vaak wordt veroorzaakt door een samentrekking van het middenrif of spieren van de orofarynx. Complexe motorische tics duren langer en betreffen vaak een combinatie van eenvoudige tics, zoals tegelijk het hoofd draaien en de schouders optrekken. Complexe tics kunnen doelgericht lijken, zoals hoofdgebaren of beweging van de torso. Ook kunnen ze een imitatie zijn van de bewegingen van een ander (echopraxie) of een seksueel of obsceen gebaar (copropraxie). Op dezelfde manier hebben complexe vocale tics een talige betekenis (hele of gedeeltelijke woorden); ook kan het hierbij gaan om het herhalen van de eigen geluiden of woorden (palilalie), het herhalen van de laatst gehoorde woorden of zinnen (echolalie) of het uiten van sociaal onacceptabele woorden, waaronder obsceniteiten, of etnische, racistische of godslasterlijke beledigingen (coprolalie). Het is van belang op te merken dat coprolalie een abrupt, kort blaffend geluid of gegrom is, dat niet de prosodie vertoont van vergelijkbare onacceptabele spraakuitingen tijdens menselijke interacties.

De aanwezigheid van motorische en/of vocale tics varieert bij de vijf ticstoornissen (criterium A). Bij de stoornis van Gilles de la Tourette moeten er zowel motorische als vocale tics zijn (maar niet per se gelijktijdig), terwijl er bij de persisterende (chronische) motorische- of vocale-ticstoornis uitsluitend motorische of uitsluitend vocale tics zijn. Bij de voorlopige ticstoornis kunnen er motorische en/of vocale tics aanwezig zijn. Bij de andere gespecificeerde of on­ge­spe­ci­fi­ceer­de ticstoornis kunnen de tics of tic-achtige symptomen van de be­we­gings­stoor­nis het best als tics worden omschreven, maar zijn het klinische beeld en de beginleeftijd afwijkend, of is de oorzaak ervan bekend.

Het criterium dat de tics minimaal één jaar aanwezig moeten zijn (criterium B), garandeert dat mensen met de stoornis van Gilles de la Tourette en de persisterende (chronische) motorische of vocale-ticstoornis de symptomen langdurig hebben gehad. Tics nemen toe en af in ernst, en sommige mensen kunnen wekenen maandenlang ticvrij zijn; bij iemand die echter langer dan een jaar tics heeft gehad sinds de tic begonnen is, is sprake van persisterende symptomen, ongeacht de intermitterende ticvrije perioden. Bij iemand die sinds het begin van de symptomen korter dan één jaar motorische en/of vocale tics heeft, kan een classificatie voorlopige ticstoornis overwogen worden. Het begin van de tics moet voor het 18de jaar liggen (criterium C). Ticstoornissen beginnen meestal voor de puberteit, met een gemiddelde beginleeftijd tussen 4 en 6 jaar, en met een afname van de incidentie van voor het eerst optredende ticstoornissen in de latere tienerjaren. Het komt bijzonder weinig voor dat ticsymptomen voor het eerst in de volwassenheid beginnen, en als dat gebeurt is er meestal sprake van een verband met blootstelling aan drugs (zoals excessief cocaïnegebruik) of is het een gevolg van een beschadiging in het centrale zenuwstelsel, of is er een relatie met een functionele neurologische stoornis. Hoewel het ongewoon is als de tics voor het eerst in de tienerjaren of de adolescentie beginnen, is het niet ongewoon dat adolescenten en volwassenen langskomen voor een eerste diagnostisch onderzoek, waarbij na een nauwkeurige anamnese vaak blijkt dat lichtere tics al in de kindertijd zijn voorgekomen, zelfs wanneer er in eerdere ont­wik­ke­lings­fa­sen perioden van maanden of jaren zonder tics zijn geweest. Abnormale bewegingen die voor het eerst beginnen en lijken te wijzen op tics, maar die buiten de gebruikelijke leef­tijds­pe­ri­o­den beginnen, moeten tot een onderzoek leiden naar andere be­we­gings­stoor­nis­sen, inclusief functionele tic-achtige complexe bewegingen of vocalisaties.

Tics kunnen niet worden toegeschreven aan de fysiologische gevolgen van een middel of aan een somatische aandoening (criterium D). Als er op grond van de anamnese, het lichamelijk onderzoek en/of la­bo­ra­to­ri­um­tests sterke aanwijzingen zijn voor een plausibele, proximale en waarschijnlijke oorzaak van een ticstoornis, moet een classificatie ‘andere gespecificeerde ticstoornis’ worden toegekend.

Als er eerder voldaan is aan de criteria voor de stoornis van Gilles de la Tourette, is een classificatie persisterende (chronische) motorische- of vocale-ticstoornis niet meer mogelijk (criterium E). Op dezelfde wijze sluit een eerder toegekende classificatie persisterende (chronische) motorische- of vocale-ticstoornis een classificatie van een voorlopige ticstoornis of een andere gespecificeerde of on­ge­spe­ci­fi­ceer­de ticstoornis uit (criterium E).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.