In een cohortonderzoek in Zweden van 1969 tot 2013 werd aangetoond dat personen met de stoornis van Gilles de la Tourette of de persisterende (chronische) motorische- of vocale-ticstoornis in vergelijking met gematchte controlepersonen uit de algemene bevolking een aanzienlijk verhoogd risico hebben op suïcidepogingen (odds ratio 3,86) en overlijden door suïcide (odds ratio 4,39), zelfs na correctie voor psychiatrische comorbiditeiten. Het persisteren van tics na de jongvolwassenheid en eerdere suïcidepogingen waren sterke voorspellers voor overlijden door suïcide. Uit patiënt-controleonderzoek is gebleken dat ongeveer één op de tien jongeren met een persisterende (chronische) motorische- of vocale-ticstoornis kampt met suïcidegedachten en/of suïcidaal gedrag, vooral in het kader van boosheid/frustratie en in samenhang met angst/depressiviteit, sociale problemen of terugtrekking, agressie en internaliserende problemen, de ernst van de tic en de gerelateerde beperkingen.