De prevalenties van de oppositionele-opstandige stoornis zijn veel hoger in steekproeven van kinderen, adolescenten en volwassenen met ADHD, mogelijk als gevolg van gemeenschappelijke risicofactoren in het temperament. Verder gaat de oppositionele-opstandige stoornis vaak vooraf aan de normoverschrijdend-gedragsstoornis, al geldt dit vooral voor het subtype met begin in de kindertijd. Verder geeft een oppositionele-opstandige stoornis een verhoogd risico op het ontwikkelen van een angststoornis en de depressieve stoornis, wat grotendeels lijkt te kunnen worden toegeschreven aan de symptomen van een boze en prikkelbare stemming. Er zijn extreem hoge percentages van comorbiditeit gemeld tussen de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis en symptomen die kenmerkend zijn voor de oppositionele-opstandige stoornis, waarbij de meeste mensen met een disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis symptomen hebben die voldoen aan de criteria voor de oppositionele-opstandige stoornis (zoals het vertonen van ruziezoekend/uitdagend gedrag). Echter, aangezien de classificatie oppositionele-opstandige stoornis niet kan worden toegekend als ook aan de criteria voor de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis wordt voldaan, zou in dergelijke gevallen alleen de classificatie disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis moeten worden toegekend. Verder komen ook stoornissen in het gebruik van een middel vaker voor onder adolescenten en volwassenen met de oppositionele-opstandige stoornis, al is niet duidelijk of dit verband ook onafhankelijk van de comorbiditeit met de normoverschrijdend-gedragsstoornis bestaat.