Normoverschrijdend-gedragsstoornis De normoverschrijdend-gedragsstoornis en de oppositionele-opstandige stoornis hebben met elkaar gemeen dat er sprake is van gedragsproblemen waardoor de betrokkene in conflict raakt met volwassenen en gezagsfiguren (zoals leraren, leidinggevenden op het werk). Het verschil is dat het gedrag bij de oppositionele-opstandige stoornis minder ernstig van aard is en dat er geen sprake is van agressie tegen mensen of dieren, het vernielen van eigendommen of een patroon van diefstal of oplichting. Er zijn echter aanwijzingen dat de oppositionele-opstandige stoornis samenhangt met evenveel of zelfs meer beperkingen dan de normoverschrijdend-gedragsstoornis. Bovendien is bij de oppositionele-opstandige stoornis ook sprake van problemen met de emotionele disregulatie (een boze en prikkelbare stemming), die niet zijn opgenomen in de definitie van de normoverschrijdend-gedragsstoornis.
Aanpassingsstoornissen Stressoren in de omgeving en het gezin kunnen samenhangen met externaliserende manifestaties van emotionele disregulatie. Bij kinderen kunnen deze manifestaties zich voordoen als woede-uitbarstingen en oppositioneel gedrag, en bij adolescenten als agressief gedrag (bijvoorbeeld rebellie en opstandigheid). Een aanpassingsstoornis kan van de oppositionele-opstandige stoornis onderscheiden worden door vast te stellen of er een temporele relatie is met een stressor, en of de symptomen na het verdwijnen van die stressor korter dan zes maanden aanwezig zijn geweest.
Posttraumatische-stressstoornis Bij kinderen jonger dan 6 jaar kan een posttraumatische-stressstoornis zich aanvankelijk manifesteren als ontregeld gedrag, oppositie en driftbuien; voor het vaststellen van de classificatie is de samenhang met een psychotraumatische gebeurtenis en met andere specifieke symptomen (zoals posttraumatisch spel) essentieel. Bij adolescenten kunnen het naspelen van de psychotraumatische gebeurtenissen en het nemen van risico’s onterecht worden geïnterpreteerd als opstandigheid en oppositie, of als gedragsproblemen.
Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis ADHD is vaak comorbide met de oppositionele-opstandige stoornis. Voor de extra classificatie oppositioneleopstandige stoornis is het belangrijk om vast te stellen of het niet meewerken aan verzoeken van anderen zich niet alleen voordoet in situaties waarin langduriger inspanning, opletten of stilzitten wordt vereist.
Depressieve- en bipolaire-stemmingsstoornissen Ook bij depressieve- en bipolairestemmingsstoornissen is vaak sprake van negatief affect en prikkelbaarheid. De classificatie oppositionele-opstandige stoornis is dan ook niet van toepassing als de symptomen alleen optreden tijdens het beloop van een stemmingsstoornis.
Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis De oppositionele-opstandige stoornis heeft met de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis gemeen dat bij beide stoornissen sprake is van een chronisch prikkelbare stemming en woede-uitbarstingen. Als de prikkelbare stemming en andere symptomen echter voldoen aan de criteria voor de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis, wordt de classificatie oppositionele-opstandige stoornis niet toegekend, zelfs als wordt voldaan aan alle criteria voor de oppositionele-opstandige stoornis.
Periodiek explosieve stoornis Ook de periodiek explosieve stoornis gaat gepaard met veel boosheid. Het verschil is dat mensen met deze stoornis ernstige agressie tegenover anderen vertonen die geen deel uitmaakt van de definitie van de oppositionele-opstandige stoornis.
Verstandelijke-ontwikkelingsstoornis (verstandelijke beperking) Mensen met een verstandelijke-ontwikkelingsstoornis komen alleen in aanmerking voor een classificatie oppositionele-opstandige stoornis als het oppositionele gedrag opvallend ernstiger is dan gewoonlijk wordt gezien bij mensen met een vergelijkbare verstandelijke leeftijd en een verstandelijke beperking van vergelijkbare ernst.
Taalstoornis De oppositionele-opstandige stoornis moet ook worden onderscheiden van het niet kunnen opvolgen van aanwijzingen als gevolg van een slechter taalbegrip (zoals bij gehoorverlies).
Sociale-angststoornis De oppositionele-opstandige stoornis moet ook worden onderscheiden van verzet dat het gevolg is van de angst voor een negatief oordeel bij de sociale-angststoornis.