De prevalentie van de oppositionele-opstandige stoornis in verschillende landen varieert van 1 tot 11%, en de gemiddelde geschatte prevalentie bedraagt ongeveer 3,3%. Het percentage kan variëren afhankelijk van de leeftijd en het gender van het kind. In de leeftijdsgroep tot aan de adolescentie blijkt de prevalentie iets hoger te zijn bij jongens dan bij meisjes (1,59:1). In steekproeven bestaand uit adolescenten of volwassenen wordt deze oververtegenwoordiging van jongens en mannen niet consistent gevonden.