De gerapporteerde prevalenties van de oppositioneleopstandige stoornis en andere disruptieve stoornissen kunnen vertekend zijn door een onjuist toegekende classificatie bij, of de overdiagnosticering van, mensen met een bepaalde culturele achtergrond. Sociale normen kunnen van invloed zijn op de prevalentie van de stoornis en op het overwicht van het mannelijke geslacht bij kinderen en adolescenten. Een meta-analyse van prevalentiecijfers onder kinderen in de basisschoolleeftijd wees uit dat de stoornis in westerse culturen vaker bij jongens voorkomt dan bij meisjes, terwijl de prevalentie tussen de genders in nietwesterse culturen vergelijkbaar is. Ondanks negatieve ervaringen hebben migranten en vluchtelingen van de eerste generatie mogelijk een verminderd risico op het ontwikkelen van symptomen van de oppositionele-opstandige stoornis.