Temperament Het is gebleken dat temperamentsfactoren die samenhangen met problemen in de emotieregulatie (zoals hoge niveaus van emotionele reactiviteit en een geringe frustratietolerantie) de stoornis voorspellen.
Omgeving Kinderen met een oppositionele-opstandige stoornis oefenen invloed uit op hun omgeving, en andersom kan de omgeving hen ook beïnvloeden. Een hardvochtige, inconsequente opvoedstijl of een opvoeding waarin kinderen worden verwaarloosd kan bijvoorbeeld een voorspeller zijn van een toename van de symptomen, en de aanwezigheid van oppositionele symptomen kan een voorspeller zijn van een toename van een hardvochtige en inconsequente opvoedstijl. De prevalentie van de oppositionele-opstandige stoornis bij kinderen en adolescenten is hoger in gezinnen waarin kinderen opgroeien met een opeenvolging van verschillende verzorgers. Kinderen met een oppositionele-opstandige stoornis lopen ook een groter risico om zelf leeftijdgenoten te pesten, of om gepest te worden door leeftijdgenoten.
Genetica en fysiologie Er zijn verbanden gevonden tussen de oppositionele-opstandige stoornis en een aantal neurobiologische markers (zoals een lagere hartslag en huidgeleidingsreactiviteit; een lagere basale cortisolreactiviteit; afwijkingen in de prefrontale cortex en de amygdala). Uit verschillende onderzoeken blijkt dat genetische invloeden voor de symptomen prikkelbaarheid en woede van de oppositionele-opstandige stoornis, overlappen met die voor de depressieve stoornis en de gegeneraliseerde-angststoornis. In de overgrote meerderheid van deze onderzoeken is echter tot nog toe geen onderscheid gemaakt tussen kinderen met een oppositionele-opstandige stoornis en kinderen met een normoverschrijdendg-edragsstoornis. Er is meer onderzoek nodig naar markers die specifiek zijn voor de oppositionele-opstandige stoornis.