De parameters voor het vaststellen van het centraleslaapapneusyndroom via polysomnografisch onderzoek zijn anders voor kinderen dan voor volwassenen; het voldoen aan een van beide is voldoende: (1) het stoppen van de luchtstroom en de ademhalingsinspanning gedurende meer dan 20 seconden, twee ademhalingscycli die gepaard gaan met een arousal uit de slaap, of zuurstofdesaturatie hoger dan 3%; of (2) twee ademhalingscycli die samenhangen met bradycardie.
Het ontstaan van Cheyne-Stokes-ademhaling lijkt in verband te staan met het ontwikkelen van hartfalen. Het patroon van de Cheyne-Stokes-ademhaling hangt samen met wisselingen in de hartslagfrequentie, bloeddruk en zuurstofdesaturatie, en een verhoogde activiteit van het orthosympathische zenuwstelsel die hartfalen kan verergeren. Of een Cheyne-Stokes-ademhaling bij een beroerte enige klinische significantie heeft is niet bekend, maar het kan een voorbijgaande bevinding zijn die na een acute beroerte in de loop van de tijd verdwijnt. Een comorbide centrale-slaapapneusyndroom bij het gebruik van opioïden komt ook voor bij chronisch gebruik (namelijk van een aantal maanden).