Er bestaan verschillende subtypen van centraal slaapapneu. Het idiopathische centrale-slaapapneusyndroom (ook wel ‘primaire centrale slaapapneu’ genoemd) en centrale slaapapneu met Cheyne-Stokes-ademhaling worden gekenmerkt door een verandering in het intrinsieke controlesysteem voor de longventilatie. Dit leidt tot een instabiliteit van de longventilatie en de pCO2-waarden. Deze instabiliteit wordt ‘periodiek ademen’ genoemd en kan worden herkend aan het afwisselend optreden van hyperventilatie en hypoventilatie. Mensen met dergelijke stoornissen hebben meestal als zij wakker zijn pCO2-waarden die licht hypocapnisch of normocapnisch zijn. Het centrale-slaapapneusyndroom kan zich ook manifesteren tijdens de start van de behandeling van het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom, of kan optreden in samenhang met het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom. Wanneer de centrale slaapapneu in samenhang met obstructieve slaapapneu voorkomt, wordt dit ook toegeschreven aan de verandering in het intrinsieke controlesysteem voor de longventilatie. Daarentegen wordt de pathogenese van een comorbide centrale-slaapapneusyndroom bij het gebruik van opioïden toegeschreven aan de effecten van opioïden op de receptoren voor het ademhalingsritme, gelegen in de medulla oblongata, en aan de differentiële effecten op de hypoxische versus hypercapnische prikkel voor de ademhaling. Deze mensen hebben soms ook wanneer zij wakker zijn verhoogde pCO2-waarden. Van mensen die langdurig een methadononderhoudsbehandeling ontvangen, is bekend dat zij meer last hebben van somnolentie en depressiviteit. Welke rol ademhalingsstoornissen die veroorzaakt worden door opioïde (genees)middelen spelen bij het ontstaan van deze problemen, is echter nog niet onderzocht. Evenzo is centrale apneu als gevolg van een somatische aandoening zonder Cheyne-Stokesademhaling het resultaat van een pathologisch proces dat het ademhalingscentrum in de hersenstam beïnvloedt.