De prevalentie van het idiopathische centrale-slaap­ap­neu­syn­droom is niet bekend, maar de stoornis komt waarschijnlijk zelden voor. De prevalentie van Cheyne-Stokes-ademhaling is hoog bij mensen bij wie de ventriculaire ejectiefractie is onderdrukt. Bij mensen met een ejectiefractie van minder dan 45% is een prevalentie gerapporteerd van tussen 15 en 44%. De geslachtsratio bij de prevalentie is in Noord-Amerika, Europa en Australië zelfs nog nadeliger voor mannen dan bij het obstructieve-slaapapneu-/hy­p­o­p­neu­syn­droom. De prevalentie neemt toe met de leeftijd; de meeste mensen met deze stoornis zijn ouder dan 60 jaar. Cheyne-Stokes-ademhaling komt voor bij ongeveer 20% van de mensen met een acute beroerte, zoals is aangetoond in onderzoeken in Barcelona en Toronto. Een comorbide centrale-slaap­ap­neu­syn­droom bij het gebruik van opioïden komt voor bij ongeveer 24% van de mensen die chronisch opioïden gebruiken voor niet-maligne pijn en bij mensen die een me­tha­don­on­der­houds­be­han­de­ling krijgen, zoals in verschillende hoge-inkomenslanden is gezien. Hoe hoger de opioïdedosis, hoe groter de ernst, vooral bij dagelijkse doseringen van morfineachtige medicatie van hoger dan 200 mg. Bij kinderen die in Frankrijk en Canada zijn onderzocht, varieerde de prevalentie van 4 tot 6%.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.